Woyzeck / Een Waanopera

IN COPRODUCTIE MET PROJECT WILDEMAN


In Woyzeck – een waanopera gaan twee eigenzinnige muziektheatergezelschappen de strijd met elkaar aan: de operazangeressen van Silbersee en de woeste mannen van Project Wildeman. Civilisatie botst op oerdrift. Strakke beats beuken in op snijdende aria’s. Pulserende mannenlijven raken verstrikt in lyrische melodieën. Een muzikale clash met fatale afloop. 

Woyzeck – een waanopera
is een zinnelijke en rauwe interpretatie van de zaak Woyzeck, één van de bekendste crimes passionels uit de geschiedenis. Naast Georg Büchners toneelstuk Woyzeck dienden ook historische documenten over de roemruchte zaak ter inspiratie. Het resultaat is een lijfelijke muziektheatervoorstelling over een man die niet alleen de controle over het hart van zijn geliefde, maar ook zijn greep op de realiteit verliest. Woyzeck – een waanopera neemt het publiek mee in de waanzinnige wervelstorm die zich in Woyzecks geest ontketent zodra hij ontdekt dat zijn vriendin Marie in de ban is van een vreemde man.

Woyzeck /

Fotografie: Annaleen Louwes

Regie: Romain Bischoff
Regieassistent: Boris Bischoff
Spel + muziek: Robin Block, Sven Hamerpagt, Jennifer Claire van der Hart, Ekaterina Levental, Milan Mes, Björk Níelsdóttir, Michaela Riener en Maarten Vinkenoog
Nederlandse teksten: Robin Block
Vormgeving: Sacha Zwiers
Lichtontwerp: Jeroen Smith | Evelements
Klankontwerp: Sven Hamerpagt
Geluid: Peter Zwart
Bewegingscoaching: Juliette van Ingen
Dramaturgie: Wout van Tongeren
Regie-assistentie: Boris Bischoff

Composities en bewerkingen: 
Project Wildeman en Jennifer Claire van der Hart. 
+ enkele werken en/of fragmenten van onder anderen: Alban Berg (Lulu), Anthony Fiumara (Falling, Interlude), Perotinus (Beata Viscera) en Robert Schumann (Frauenliebe und -leben).
Meer informatie: www.silbersee.com en www.projectwildeman.nl.

NRC Handelsblad

De doorloop belooft dat Woyzeck een fysiek en muzikaal spektakel wordt, met bijzonder vormgegeven scenes. Zoals wanneer de vier vrouwen, hoofd in elkaars schoot, in een lijn liggen en de mannen er achterwaarts overheen kikkeren, declamerend en brullend als apen – de aanranding van Marie door Woyzeck verbeeldend.

Project Wildeman maakt met de klassieke zangeressen van Silbersee een eigen versie van Buechners Woyzeck – ook te zien op Oerol.
Vier woeste baardmannen die zich primitief op de borst roffelden en met onafgebroken getrommel in trance brachten. Vorig jaar veroorzaakte Project Wildeman met hun voorstelling Wij de nodige opwinding op Oerol. Dit jaar werkt het heftige kwartet aan Woyzeck, in samenwerking met vier juist fijnzinnig klassiek zingende nymfen van de groep Silbersee.
Voordat Woyzeck weer festivals als Oerol (13-22 juni) aandoet is er de premiere zondag, als onderdeel van Theaterfestival Karavaan. Gespeeld in een grote kapel in Heiloo, op het terrein van het deels verbouwde psychiatrisch centrum Sint Willibrord. Die locatie is gepast, gezien de ondertitel van de voorstelling, een waanopera: de nadruk van deze muziektheaterversie ligt op de gekte van Woyzeck, de man die stemmen hoorde, aan wanen leed en uiteindelijk zijn vriendin Marie vermoordde.
De kapel is een hoog en rond auditorium. Mooi, maar ook een galmbak. Bij een repetitie vorige week beklemtoont regisseur Romain Bischoff de aandacht voor de verstaanbaarheid: trommelen met oerkracht, maar ingetogen. De doorloop belooft dat Woyzeck een fysiek en muzikaal spektakel wordt, met bijzonder vormgegeven scenes. Zoals wanneer de vier vrouwen, hoofd in elkaars schoot, in een lijn liggen en de mannen er achterwaarts overheen kikkeren, declamerend en brullend als apen – de aanranding van Marie door Woyzeck verbeeldend.
De botsing tussen het klassiek georienteerde Silbersee (tot voor kort Vocaallab geheten) en Project Wildeman oogt spannend. Wildeman Robin Block: Zet ons tegenover vier vrouwen en er ontstaan hele nieuwe hormonale sensaties.
Bij de woorden die Block als Woyzeck uitspreekt, gaat het om de muzikaliteit, niet alleen om de ratio. Zijn tekst schreef hij zelf en komt niet uit het beroemde toneelstuk van Georg Büchner. Buechner baseerde zich op de historische moordenaar Woyzeck, die in een geruchtmakende rechtszaak in 1824 toerekeningsvatbaar werd geacht. Voor hun waanopera is veel ontleend aan het rapport van de psychiater bij de zaak, vertelt Jennifer van der Hart (Silbersee): Woyzeck had last van hartritmestoringen en oorsuizingen. Die zetten we om in muziek en beelden. Block: Onze benadering is zintuiglijk. De muziek, de zang en de tekst zijn fysiek gericht. Het is theater voor de onderbuik.
Rond de centrale Woyzeck en Marie dartelen twee keer drie alter egos rond. Zij zijn waanpersonages, de stemmen in het hoofd van Woyzeck. Er zit een mate van luciditeit in waanzin, aldus Block, die de centrale Woyzeck speelt. Mensen in het beginstadium van schizofrenie hebben een inzicht dat zij die causaal en utilitair naar de werkelijkheid kijken missen. Wij laten zien dat Woyzeck details oppikt waar anderen aan voorbij lopen.
De alter egos krijgen hun eigen onderlinge relaties. De Marie van Van der Hart loopt aldoor breed glimlachend rond. Bischoff: Zij is de onschuldige Marie, de geidealiseerde vrouw. Woyzeck zou willen dat hij zo’n Marie had. Een andere Marie trekt haar Woyzeck voort als een hond. Bischoff: Dat is ook een beeld in zijn hoofd. Door die situatie kun je gaan begrijpen dat hij zijn Marie heeft gedood. Waar we op aansturen is een moreel conflict bij de toeschouwer: dat je bijna goedkeurt dat hij haar doodt. Het muzikale idioom van Woyzeck is rijk en gevarieerd: van percussie, gitaar, trompet, scratchen en beukende beats naar lieflijke liedjes en arias. De muziek is de motor van de voorstelling, zegt Bischoff. Ook die paar momenten van stilte zijn muziek. Block: Het streven is dat woorden, muziek en beweging een taal worden, waarbij we woorden bijna uitkotsten en de tonen door je heen zinderen. Zo groeit er een waanopera in de kapel. Block: Dit is geen keurig verhaaltje van een gezond iemand die langzaam gek wordt. Je valt er midden in. Waan en werkelijkheid schuiven door elkaar tot een hallucinatie. Het moet klotsen.
Ron Rijghard

De Volkskrant ***

Het indrukwekkendst zijn de momenten waarop het ritualistische getrommel en geschreeuw van de mannen en de verleidelijke stemmen van de vrouwen perfect samenvallen. Het lijkt dan of de spelers bevangen zijn door een soort krankzinnige trance. Knap geregisseerd door Romain Bischoff.

Op het terrein van Psychiatrisch Centrum St. Willibrord in Heiloo heeft theaterfestival Karavaan zijn tenten opgeslagen. Afgelopen zondag werd het startschot gegeven. Trekpleister is de grote productie Woyzeck, een waanopera: een bijzondere samenwerking tussen de muziektheatergroepen Project Wildeman en Silbersee (dat tot voor kort Vocaallab heette).
Woyzeck is het bekendste, en onvoltooide, toneelstuk van Georg Buechner. Het is gebaseerd op een waargebeurde casus en gaat primair over de twijfelachtige toerekeningsvatbaarheid van de moordenaar Franz Woyzeck. Perfect toneelstuk om in een GGZ-instelling te spelen.
Ze doen dat nota bene in een prachtige kapel met gebrandschilderde ramen, die midden op het terrein van St. Willibrord staat. In deze hoge, galmende ruimte werken vier mannen en vier vrouwen zich in het zweet om in een reeks extreem fysieke scenes de waanzinnige binnenwereld van het geval Woyzeck te tonen.
Het verhaal zelf - arme sloeber vermoordt uit jaloezie en onder invloed van een immorele dokter zijn vriendin Marie - is hier bijzaak. De makers baseerden zich vooral op het bronmateriaal dat Buechner gebruikte: de psychiatrische rapporten over de echte Woyzeck. Daarin gaat het over zijn oorsuizingen, angstaanvallen en de stemmen in zijn hoofd. En dat is wat we te zien en te horen krijgen.
Op de speelvloer staan vier koppels, vier keer Woyzeck en Marie, die verschillende stadia van waanzinnigheid uitbeelden. Het ene stel is angstig, een ander gewelddadig. De Silbersee-vrouwen zijn klassiek geschoolde zangeressen. Ze zingen fragmenten uit werken van Berg, Schumann en een IJslandse traditional. Hun zuivere stemmen botsen hard met de oerkreten en woordsalvos van de behaarde, halfnaakte Wildemannen.
Het indrukwekkendst zijn de momenten waarop het ritualistische getrommel en geschreeuw van de mannen en de verleidelijke stemmen van de vrouwen perfect samenvallen.Het lijkt dan of de spelers bevangen zijn door een soort krankzinnige trance. Knap geregisseerd door Romain Bischoff.
Maar ook zijn er momenten waarop de instructie aan de spelers iets moet zijn geweest als: doe maar even lekker gek op dat podium. Dan wordt er ruw gesmeten met spullen en potgrond, doen ze neukbewegingen of ze imiteren een dier en blijkt dat het de makers soms ontbreekt aan een originele visie op het materiaal. Dat is zichtbaar in het genante slotnummer, waarin de hele groep, inclusief enkele toeschouwers, staan te dansen op Duitse housemuziek. Wel gek, maar niet goed.
Vincent Kouters

Theaterkrant.nl: ****

Aanvankelijk zijn de mannen nadrukkelijk aanwezig. Als beesten tonen ze hun grimassen, kijken vervaarlijk de zaal in en kreunen en stoten dierlijke geluiden uit. De vrouwen bewegen zich serener, als silhouetten tussen de rekwisieten. Niet dat ze zich gedeisd houden. In hun levensdrift willen ze dansen en bieden ze zich schaamteloos aan voor seks. Hoewel minder uitheinig zijn ze manifester dan de mannen. Hun hemelse en prachtige gezang met ontroerende akkoorden vult de hele overkoepelende kapel terwijl de kreten en Schweinerei van de mannen aards blijven.

Leeuwarder Courant / Dagblad van het Noorden ****

Omringd door zijn eigen hallucinaties stevent Woyzeck op zijn noodlot af. De Silbersee-vrouwen zingen gierend en daverend. De Wildemannen brullen en hijgen als vanouds. De een na de andere grens wordt overschreden en ja, dat ontaardt in de dood. Akelig mooi.

Onheilsprofetieen en duisternis
Terschelling. Oerol roept bij theatermakers gelukzalige gevoelens op. Twee jonge groepen hebben vooral oog voor het duistere.
Een hartelijke ontvangst kan je het niet noemen, bij de voorstelling Circus van de honger van The Young Ones, een groep van twintig jonge komedianten uit Nederland en Oekraine. Ze hebben in een weiland een circustent opgeslagen. De directrice schreeuwt de bezoekers toe: You! In! en You! OUT! En dan word je ofwel naar de buitentribune gestuurd, ofwel de bloedhete tent ingeloodst, omringd door clowns die uit een horrorfilm lijken te zijn weggelopen.
Het circus is dolgedraaid. Wellust, geweld, slavernij en blinde woede maken de dienst uit. Je moet er het programmaboekje even bij pakken om de maalstroom van (prachtig vormgegeven) duisternis te duiden. Dan lees je – aha! – dat het circus voor het oude Europa staat. Het komt niet meer goed met het Avondland.
Nog somberder, maar minstens zo mooi vormgegeven, is de muziekvoorstelling Woyzeck – een waanopera, een samenwerking tussen de vier heren van het muziektheatergezelschap Project Wildeman en de vier dames van operagroep Silbersee. De Wildemannen stonden vorig jaar ook op Oerol, met een woest masculien schreeuw- en drumritueel. Dit keer komen ze met een meer verhalende productie.
De makers hebben het oude verhaal van Georg Buechner over een man die ten prooi valt aan de waanzin en zijn vriendin vermoordt, bewerkt: zij focussen op Woyzecks gekte. Omringd door zijn eigen hallucinaties stevent Woyzeck op zijn noodlot af. De Silbersee-vrouwen zingen gierend en daverend. De Wildemannen brullen en hijgen als vanouds. De een na de andere grens wordt overschreden en ja, dat ontaardt in de dood. Akelig mooi.
Kirsten van Santen

Telegraaf ****

Hoewel er wel degelijk nog verwijzingen naar het oorspronkelijke stuk in terug zijn te vinden, zoals de bonen en de kinderwagen (al zijn die lastig te duiden wanneer je de oorsprong niet kent), heeft regisseur Romain Bischoff het verder eigenlijk volledig losgezongen van het verhaal. Hij zoomt in op de psychotische Woyzeck (Robin Block) die wordt geplaagd door stemmen in zijn hoofd en waanbeelden. Zijn vrouw Marie (een prachtige rol van Michaela Riener) probeert tot hem door te dringen, maar faalt. De voorstelling is eigenlijk een langgerekte psychose waarbij je als toeschouwer alle logica moet laten varen om er echt van te kunnen genieten. Laat je vooral meevoeren in de visueel mooi verbeelde wanen, de dynamische krachtmeting tussen de mannen van Project Wildeman en de vrouwen van Silbersee en de prachtig uitgevoerde muziek die alle kanten op schiet.

Vloeibare identiteit, reizigersidealisme en wanen


De NDSM-werf in Amsterdam Noord verandert in rap tempo. Na het faillissement van de scheepsgigant in 1984 verwerd het industriële gebied al snel tot een rauwe creatieve vrijplaats, maar inmiddels krijgt het terrein steeds meer een aangeharkt karakter.

    Bedrijven vestigen zich er, de zo karakteristieke kraan is verbouwd tot exclusief designhotel, de hellingen worden gerestaureerd om voortaan een veilig onderkomen te bieden aan de ateliers en er is zelfs betaald parkeren ingevoerd. Ook het Over het IJ Festival vond ruim twee decennia terug een onderkomen op de werf en leek er met bijzondere, vaak ongepolijste locatievoorstellingen helemaal op z’n plek. Er werd gespeeld op de hellingen, onder de kraan, in de fabriekshallen, op de pont en zelfs in de onderzeeër die er in de haven ligt. Het evenement waaierde ook steeds vaker uit naar buitenlocaties en gaf daarmee Amsterdam Noord een (ander) gezicht.

    Crowdfunding

    Maar terwijl het terrein nu zienderogen opgeknapt wordt, brokkelt het festival juist af. Door subsidievermindering moest er voor deze 22e editie zelfs via crowdfunding geld worden binnengeharkt om een programma in het festivalhart te kunnen realiseren.

    Van de gigantische fabriekshallen zijn er inmiddels al een aantal gesloopt, maar de gebouwen die er nog staan vormen voor theatermakers nog altijd een aantrekkelijk decor voor hun voorstellingen. In een ervan hebben Silbersee (ex-vocaallab) en Project Wildeman tijdelijk hun intrek genomen. Zij spelen er Woyzek, een waanopera, losjes gebaseerd op het laatste, nooit afgeschreven stuk van Georg Büchner dat hij baseerde op een waargebeurde moord van een doorgedraaide man op zijn echtgenote.

    Hoewel er wel degelijk nog verwijzingen naar het oorspronkelijke stuk in terug zijn te vinden, zoals de bonen en de kinderwagen (al zijn die lastig te duiden wanneer je de oorsprong niet kent), heeft regisseur Romain Bischoff het verder eigenlijk volledig losgezongen van het verhaal. Hij zoomt in op de psychotische Woyzeck (Robin Block) die wordt geplaagd door stemmen in zijn hoofd en waanbeelden. Zijn vrouw Marie (een prachtige rol van Michaela Riener) probeert tot hem door te dringen, maar faalt. De voorstelling is eigenlijk een langgerekte psychose waarbij je als toeschouwer alle logica moet laten varen om er echt van te kunnen genieten. Laat je vooral meevoeren in de visueel mooi verbeelde wanen, de dynamische krachtmeting tussen de mannen van Project Wildeman en de vrouwen van Silbersee en de prachtig uitgevoerde muziek die alle kanten op schiet.

    Ook kunstenaar Michiel Voet ontvangt het publiek van De onzichtbare man (Orkater) in een van de hallen. Hij begint te vertellen over een kunstproject dat ontstond na zijn ontmoeting met de illegale Algerijn Karim Ramtani. Maar wie is deze man, wiens identiteit vloeibaar lijkt, eigenlijk? Hij vertelt verhalen die men graag wil horen. Maar wat is de waarheid? En doet die er eigenlijk nog toe? Natuurlijk herken je in het tweede deel de acteur Mohammed Azaay (ook al wordt zijn naam nergens vermeld) die de rol van Karim speelt, maar dat doet niets af aan het bijzondere feit dat er hier een parallelle wereld wordt blootgelegd die zich vlak onder onze neus afspeelt, maar die voor de meesten van ons onzichtbaar blijft. Als voorstelling is De onzichtbare man misschien wat weinig dynamisch (hoe overtuigend Azaay zijn rol ook speelt), maar het stuk biedt wel flink wat stof tot nadenken.

wat stof tot nadenken.

    Karikaturaal

    Dat laatste doet zeker ook Een geschenk uit de hemel van Berg & Bos, al is de inhoud hier een stuk lichtvoetiger. Een bus brengt het publiek naar een stukje niemandsland dat het verre, exotische Aurelia moet voorstellen. Vier Nederlandse reizigers treffen elkaar per toeval in dit heemse oord, om vervolgens samen te klonteren, puur en alleen omdat ze landgenoten zijn. Op schertsende, karikaturale wijze worden de goede bedoelingen van westerse reizigers naar nietwesterse landen blootgelegd. De voorstelling zit barstensvol clichés over hoe wij tegen andere culturen aankijken en cheesy liedjes (die best aardig zijn, maar niet veel toevoegen). De betweterige waterbouwkundige Emiel, die in eerste instantie de meeste weerstand oproept, legt de vinger op de zere plek wanneer hij de hypocrisie van de idealistische Kyra doorprikt. Helaas werkt die scherpte niet de hele voorstelling door.
Esther Kleuver

NRC Handelsblad + Next ****

Het hoogtepunt [van het Over het IJ Festival] tot nu toe is de knotsgekke ‘waanopera’ Woyzeck van Project Wildeman: een woeste klankrevue van paranoia, neuroses, angsten en tics, die zeker niet alleen in de stad voorkomen, en van alle tijden zijn.

Theater over arbeiderswijk en Algerijnse illegaal

 

Van eilandnatuur naar ‘urban jungle’. Locatietheaterfestival Over het IJ bevindt zich in een transitieperiode. Was het een tijdlang vaak de volgende halte voor producties die op Oerol in première gingen; de nieuwe artistieke leiding zoekt meer eigen smoel. Over het IJ, op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord, is immers bij uitstek een stads festival – qua decor het tegenovergestelde van Oerol. Daarom wil het festival nu meer eigen producties brengen, die zich nadrukkelijker verhouden tot een stedelijke omgeving.

    Met Tuindorpvariaties is dat alvast grotendeels gelukt. Voor die lange (3 kilometer!) theatrale wandeling lieten jonge makers zich inspireren door de wijk Tuindorp Oostzaan – ooit een idealistisch sociaal huisvestingsproject, nu (deels) droevige achterstandswijk.

    In een leegstaand rijtjeshuis aan de Tweelingenhof duiken drie makers met Een stil leven in de geschiedenis. ‘Arbeidersvrouw, 1924’, staat op een bordje bij actrice Rianne Meboer. Zij zit op een stoel, gehuld in jarentwintigkledij, met wasbord en tobbe binnen handbereik. Sopraan Vera Alkemade bezingt haar lot met de Ophelia-liederen van Strauss. Liederen van wanhoop, want fraaie huisvestingsutopieën veranderden destijds maar weinig aan haar perspectief: zij bleef veroordeeld tot het huishouden.

    Dat de voorstelling zich afspeelt in een nieuwe woning, kaal gestript en vers gesausd, levert een treffend contrast. Een 19e-eeuwse vrouw in een 20ste-eeuws ideaal; haar vervreemding is voelbaar. Maar langzaam transformeert Meboer tot een eigenzinnige vrouw van nu. Zo biedt Een stil leven een slim kijkje in een andere tijd, stevig geworteld in Tuindorp toen en nu.

    Die relatie ontbreekt helaas volledig bij Objectofilia. Mimespeler Marjolein Roeleveld verklaart de liefde aan een pierenbadje, terwijl ze blootsvoets rondjes rent over de rand, of semi-erotisch in het enkelhoge water neerhurkt. Niets zegt deze voorstelling over stad, wijk of bewoners, en daardoor blijft Objectofilia loos, en zelfs een tikje potsierlijk. Waarom zou je op deze plek zulk hermetisch theater brengen?

    De makers van Het lijkt hier wel fucking Venetië kaarten dat dilemma nadrukkelijk aan. Sherwin Chaar bezingt in ronkende taal de kadebreuk die de wijk in 1960 onder water zette. Algauw wordt hij echter geïnterrumpeerd door twee stoere gasten, die het liever in hun eigen taal over hun leven willen hebben. De raps van Jeroen Bartelings en Sebastiaan van Loenen brengen een symbiose tussen kunst en straat, makers en maatschappij tot stand.

In de laatste ‘tuindorpvariatie’, een mini-rockopera, komen de verbeelding van kunst en de werkelijkheid van een achterstandswijk volmaakt samen. In een kerk aan de Kometensingel spelen schrijvers/performers Rineke Roosenboom en Iona Daniel met gitarist Timon Koomen het verhaal van de band ‘ZMOK-veteranen’; ontstaan op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen. De bandleden hebben heel wat op hun kerfstok, blijkt uit hun muzikale biecht. Maar als aan het rijtje symptomen waaraan ze lijden ook ‘pathologische leugenaar’ wordt toegevoegd, wordt de scheiding tussen feit en fictie griezelig troebel.

    Verwarring zaaien over feit en fictie, dat doet ook Michiel Voet in De Onzichtbare Man – een andere belangrijke première op Over het IJ. Voet is kunstenaar en heeft zijn werkplaats op het NDSM-terrein. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van de Algerijnse illegaal Karim Ramtani, die onderdak zocht in zijn atelier. Voet raakte geïnspireerd door diens ervaringen.

    Als daarna ‘Ramtani’ aan het woord komt, gespeeld door een acteur, kantelt het beeld. Wil Voet tragische verhalen, dan vertelt hij die toch? Die omkering is sterk en gewaagd – de illegaal is nu eens geen slachtoffer. Maar door de cynische tekst (Michael Bijnens) slaat de balans door naar de andere kant en overheerst het beeld van een leugenachtige opportunist. Een meer geraffineerde mengeling van charmant en achterbaks had de voorstelling spannender gemaakt.

    Met deze producties, die nergens anders hadden kunnen worden gemaakt, geeft Over het IJ een spannende actuele invulling aan zijn functie als stads locatietheaterfestival. Al was het hoogtepunt tot nu toe nog de knotsgekke ‘waanopera’ Woyzeck van Project Wildeman: een woeste klankrevue van paranoia, neuroses, angsten en tics, die zeker niet alleen in de stad voorkomen, en van alle tijden zijn.

Herien Wensink

Bachtrack ****

Supported by thrilling techno beats, the four men of Project Wildeman and the four women of Silbersee enact a parody on modern partying. While their limbs jerk rhythmically up and down and flap from left to right, the distorted grimaces on their faces suggest their mechanical movements are a matter of life and death. Their exhausted panting emphasizes we’re dealing with true people here, though they act like machines. This final tour de force ends the delusional opera Woyzeck, leaving the audience aghast yet rapturous after witnessing one and a half hours of high energy dancing and singing: the applause is long and loud.

Over het IJ Festival presents high energy Woyzeck
Supported by thrilling techno beats, the four men of Project Wildeman and the four women of Silbersee enact a parody on modern partying. While their limbs jerk rhythmically up and down and flap from left to right, the distorted grimaces on their faces suggest their mechanical movements are a matter of life and death. Their exhausted panting emphasizes we’re dealing with true people here, though they act like machines. This final tour de force ends the delusional opera Woyzeck, leaving the audience aghast yet rapturous after witnessing one and a half hours of high energy dancing and singing: the applause is long and loud.
    The dilapidated hall of the former shipyard NDSM (Dutch Docking and Shipping Centre) in Amsterdam-Noord is ideally suited to this physical form of music theatre, the sheer energy of the performance evoking images of toiling labourers. The setting is one of the strong points of the Over het IJ festival: after having crossed the river IJ by (free) ferry, one enters a desolate world of red brick industrial buildings in different states of (dis)repair. The wharf went bankrupt in the early eighties and since then has been occupied by squatters and artists. The Over het IJ Festival was founded in 1993 and has retained its somewhat anarchistic atmosphere: far from the regular concert and theatre halls there’s room for experiment. The audience is refreshingly young and unconventional.
    Woyzeck, directed by former singer Romain Bischoff, is loosely based on the play Georg Büchner wrote in 1837 about a poor soldier who killed his wife Marie in 1821, and was beheaded three years later. This was the period of burgeoning psychiatry, and Woyzeck was analysed to suffer from delusions. This didn’t prevent his public execution, however. His sad case inspired many artists, among them the composer Alban Berg (opera Wozzeck, 1925) and film director Werner Herzog (Woyzeck, 1979). For this new production Silbersee and Project Wildeman based themselves not only on Büchner’s play, but also on the forensic reports of the various doctors that examined Woyzeck. They focus on Woyzeck’s delusions.
    A grandstand offers room to some hundred people, yet looks minute in the immense hall – by the pure size of the venue we are confronted with the insignificance of our daily preoccupations. When the play begins Woyzeck occupies a watchtower, looking at us through a spyglass: not only he, but also we ourselves are under surveillance. His wife Marie is preparing dinner – a scanty ration of uncooked peas - but when he finally descends and comes to table, Woyzeck gets lost in his daydreams. These take the form of three couples: a macho and his sexy lover in a tight bodysuit; a man in ballerina outfit and a prim woman in tartan skirt, and a man in military jacket accompanied by a woman in a rock and roll dress.
    They move about vehemently, provoking and subduing each other in wild macho and sex games, often creating pulsating rhythms with only the use of their breaths. Sometimes the women burst into song, now solo, then in enticing, lyrical polyphony. The rock and roll lady challenges the macho with rude trumpet calls that he responds to by barking like a dog on a mini trumpet; the military man plays guitar and sampler, while the ballerina man hits the strings of a broken piano soundboard. The actions and mimicry of the three delusional couples are the most colourful and varied, thrilling the audience with their manic outbursts.
    The main characters of Woyzeck and Marie remain a little nondescript. One would have wished for some more dramatic development, for by only zooming in on Woyzeck’s fantasies, his tragedy remains somewhat abstract, and his murder of Marie comes almost as a surprise. Yet the high voltage performance and apparent enthusiasm of Silbersee and Project Wildeman is awe-inspiring. 
Thea Derks

De Groene Amsterdammer

De galmen zijn doordringend, het op zichzelf kleine decor van losse elementen ligt er een beetje verloren bij, het toneellicht gaat op een spannende wijze het gevecht aan met het opkomend schemerduister. De muziek en de sirenenzang zijn betoverend prachtig. De opzwepend bedoelde lust-ritmes van de mannen zijn bij tijd en wijle zeer vermoeiend en een tikje veel van het waanwijze goeie. Maar als geheel is deze wilde waanopera Woyzeck een aanwinst voor het festival.

Silbersee en Wildeman op het Over het IJ 

Woyzeck
is een casus van een gek verklaarde eenling die zijn vriendin vermoordt en die een literaire held is geworden, de eerste gewone sterveling die als titelfiguur de toneelplankieren beklom in een toneelstuk dat overigens nooit is voltooid.

 

Nu is Woyzeck ook een opera. Voor de tweede keer alweer, want Alban Berg maakte het toneelstuk van Georg Büchner uit 1835 in de jaren twintig van de twintigste eeuw beroemd via zijn opera Wozzeck. Hier, in een van de grote hallen op het NDSM-complex, wordt een nieuwe opera rond de Woyzeck-figuur gespeeld, een muziektheaterstuk over zijn wanen, over zijn angsten en nachtmerries, een ‘waan-opera’ zeggen de makers van het stemmenlaboratorium Silbersee en het muziektheatergezelschap Wildeman.

 

De vier wilde mannen spelen, trompetteren, spreken en zingen in deze opera de vier gestalten van Woyzeck: de poëtische dromer, de woesteling, de in zichzelf gekeerde zonderling en de wanhopige, door verlatingsangst getergde man. De vier sirenen van Silbersee zingen en spelen de vier gestalten van vriendin Marie: het hoertje, de Maria-figuur, de circusdirectrice en de liefste en mooiste vrouw van de wereld. Oorspronkelijk werd deze voorstelling gemaakt voor de kapel van het vroegere gekkenhuis in Heiloo. Hier, op de NDSM-werf, is de ruimte spelonkiger, grootser, angstiger – zo stel ik me voor.

 

De galmen zijn doordringend, het op zichzelf kleine decor van losse elementen ligt er een beetje verloren bij, het toneellicht gaat op een spannende wijze het gevecht aan met het opkomend schemerduister. De muziek en de sirenenzang zijn betoverend prachtig. De opzwepend bedoelde lust-ritmes van de mannen zijn bij tijd en wijle zeer vermoeiend en een tikje veel van het waanwijze goeie. Maar als geheel is deze wilde waanopera Woyzeck – na Dantons dood tijdens de vorige editie van Over het IJ voor de tweede keer een voorstelling die het stempel van Georg Büchner draagt – een aanwinst voor het festival.

Loek Zonneveld

Trouw ***

Vier beestachtige mannen en vier verleidelijke, maniakale vrouwen creëren scènes waarin het stuk Woyzeck van Georg Büchner resoneert. Hard, rauw, wellustig en wreed grauwen en klauwen ze zich een weg langs overgave, macht, afhankelijkheid en hitsigheid. Het is muzikaal indrukwekkend door de eclectische combinatie van stijlen en door de geweldige zangers en percussionisten. Ook is Woyzeck visueel prikkelend door de sterke en confronterende (sadomasochistische) beelden en de performers die zich vol overgave pijnigen en uitputten.

Idealen in tijden van egoïsme

 

Als een versterkte nederzetting met twee grote poorten waardoor je naar binnen moet, zo staat het centrum van Over het IJ Festival op de NDSM Werf in Amsterdam-Noord. Een vooral vrolijke nederzetting, getuige de vele gezellige tafeltjes, loungeplekken en glaasjes rosé. In een glazen hokje zitten de callcentermedewerkers van Panorama Ring-Ring; zij verzorgen telefonische rondleidingen van curieuze locaties. Verderop geven de zingende schommels-voor-grote-mensen, WANNAPLAY?! getiteld, het geheel een sprookjesachtige sfeer.
 

Dit jaar heeft het festival de veranderende stad als thema. Hoe gaan we om met de steeds toenemende verstedelijking, zowel in praktische als ideologische zin?
 

De meeste theatermakers werken vrij concreet met deze vragen. Zoals in 'De Onzichtbare Man' van Orkater, over de sympathieke en ongrijpbare illegale vluchteling Karim Ramtani die jarenlang in zijn atelier woonde en de meest bizarre verhalen vertelde. Dit inspireerde kunstenaar en ontwerper Michiel Voet tot een reeks foto's en installaties waarin Ramtani - onherkenbaar want verstopt in meubelstukken of maskers - figureert. Fascinerend is de relatie van afhankelijkheid, wan- en vertrouwen die tussen de mannen opbloeit. In het tweede deel vertelt acteur Mohammed Azaay als Ramtani zijn verhaal, waaruit vooral blijkt dat hij een zelfstandig mens is die bewust zijn leven vormgeeft met zelfverzonnen verhalen. Azaay is een intelligent speler en de scherpzinnige tekst van Michael Bijnens geeft een verrassend perspectief op het leven van illegalen: niet iedereen is getraumatiseerd, op de vlucht of hongerig. Maar de sterk geconstrueerde tekst houdt het tweede deel ook netjes, theatraal. Pas echt spannend wordt het als er twee gemaskerde mannen de scène in komen. Is een van hen misschien Ramtani?
 

Over onbekenden en vluchtelingen gaat ook Rule TM van Emke Idema. Een spannend gezelschapsspel waar het hele publiek aan meedoet. Het publiek wordt door een voice-over gevraagd keuzes te maken. Stel: je bent alleen thuis en een onbekende man belt aan met de vraag of hij van je toilet gebruik mag maken, wat doe je? En wat als het een donkere man is? Wie niet snel genoeg kiest of in de minderheid is, wordt gediskwalificeerd. Zo dunt de groep steeds verder uit. De kwesties worden allengs grimmiger, je komt in de schoenen van een medewerker of tolk bij de immigratiedienst te staan. Welke keuzes maak je over de levens van anderen, waarom en hoe lang blijft die reden houdbaar? Rule TM confronteert je op een (schijnbaar) ludieke manier met je eigen hypocrisie en egoïsme. Een indringende ervaring, die helaas door de ongeschikte want sterk galmende ruimte soms wat aan kracht inboet.

 

Idealen in egoïstische tijden blijkt voor meer theatermakers een thema. Neem De Club 3.0, het verhaal van Stichting Nieuwe Helden over de doorontwikkeling van hun op de film 'Fight Club' gebaseerde voorstelling. In een zoektocht naar wat voor hun generatie (eind twintigers, begin dertigers) nou echt van belang is, volgen zij het adagium voelen-denken-doen. Voelen in de zin van vechten tot je tot een bepaald 'nulpunt' komt. Denken in de zin van het formuleren van persoonlijke kernwaarden. En doen: iets veroorzaken in de publieke ruimte en de grote systemen van binnenuit veranderen. Lucas de Man en Michael Bloos vertellen bevlogen, maar toch ontstaat er te weinig gevoel van saamhorigheid bij het door regen en voetbal schaarse publiek, waardoor de geheime eindopdracht ook niet echt binnenkomt.
 

Nog een voorstelling over idealen is Een geschenk uit de hemel van theatergroep Berg&Bos, waarin een viertal toeristen elkaar beter leert kennen in het paradijselijke maar onderontwikkelde land Aurelia. Twee jonge backpackers, Carlo en Kyra, ontmoeten de oudere Marga en Emiel. Het is een wat warrig verhaal waarin Kyra zich uiteindelijk vrijvecht en haar idealen achterna gaat. Het is echter vooral het personage van Marga, de slapeloze moeder die een ontroerend slaapliedje zingt voor haar verslaafde zoon, dat indruk maakt. Ook Martijn Nieuwerf als de zelfingenomen Emiel is een lust om naar te kijken. De liedjes, uitgevoerd door een goeroe met 'keytar', houden het midden tussen lief en lullig, met teksten als "Er zit iets in de lucht en er bloeit iets in mijn hart." Genoeg leuke momenten dus, maar te weinig gericht om echt te raken.
 

Een beetje vreemde eend in deze idealistisch georiënteerde bijt is Woyzeck - een waanopera, een voorstelling van het operagezelschap Silbersee (voorheen Vocaal Lab) en muziektheatergezelschap Project Wildeman. Vier beestachtige mannen en vier verleidelijke, maniakale vrouwen creëren scènes waarin het stuk Woyzeck van Georg Büchner resoneert. Hard, rauw, wellustig en wreed grauwen en klauwen ze zich een weg langs overgave, macht, afhankelijkheid en hitsigheid. Het is muzikaal indrukwekkend door de eclectische combinatie van stijlen en door de geweldige zangers en percussionisten. Ook is Woyzeck visueel prikkelend door de sterke en confronterende (sadomasochistische) beelden en de performers die zich vol overgave pijnigen en uitputten. Maar zoveel wreedheid en heftigheid achter elkaar werkt op een gegeven moment afstompend. Dan toch liever wat ongericht of naïef idealisme.
 

Over het IJ Festival duurt tot en met zondag. www.overhetij.nl

Sara van der Kooi