PASSION - Pascal Dusapin

ITALIAANSE KAMEROPERA IN SAMENWERKING MET ENSEMBLE MODERN


 

Deze Italiaanse kameropera gaat uit van de mythe van Orfeo en Eurydice, die in Passion anoniem gemaakt zijn tot Lei en Lui.

Regie:
Pierre Audi | Dirigent: Frank Ollu | Ensemble Modern

Solisten:
Barbara Hannigan, Georg Nigl

Solistenensemble:
Bauwien van der Meer, Els Mondelaers, Elsbeth Gerritsen, Christian Damsgaard, Tiemo Wang, Hugo Oliveira.

Link:
www.hollandfestival.nl


ACHTERGRONDINFORMATIE

De Franse componist Pascal Dusapin (1955) voelt zich verwant met Claudio Monteverdi en de tijd waarin hij leefde: eind zestiende en de eerste helft van de zeventiende eeuw. Wat nu vanzelfsprekend is, was rond 1600 nog niet eerder vertoond, althans niet sinds de premières van de Griekse tragedies zo'n tweeduizend jaar daarvoor. Want dát is wat Monteverdi en de zijnen streefden te reproduceren: een integratie van tekst, muziek en beeld, zoals ook ooit de klassieke tragedies moesten zijn opgevoerd. Het genre dat toen ontstond, werd opera genoemd. En de eerste opera uit de westerse muziekgeschiedenis was Monteverdi’s L’Orfeo.

Dusapins zesde opera Passion heeft dezelfde mythe als inspiratiebron, al hebben de twee personages dit keer geen naam; ze heten slechts Lei en Lui, Zij en Hij. Dusapin is vooral geïnteresseerd in Euridyce, in Lei. Zíj is degene die gevangen wordt gehouden, wordt vrijgelaten en dan toch verandert in steen, nadat haar geliefde heeft achterom gekeken.

Het thema van de vrouw die valt, ten onder gaat, is overigens niet nieuw in Dusapins muziektheateroeuvre. Zo richtte hij zich in Medeamaterial (1991) – tijdens dit Holland Festival door Sasha Waltz gebracht onder de titel Medea – vooral op de zelfdestructie van de titelheldin en stond in Faustus, The Last Night (2005) de tragische val van Gretchen centraal.

Muzikaal heeft Passion weinig gemeen met Monteverdi's eerste opera. Het is meer de geest waarin het werk geschreven werd dan de stijlmiddelen van weleer die dienden als inspiratiebron. Zoals Lei en Lui in elkaar versmelten door hun passie voor elkaar, zo zijn in deze opera de muziek en de Italiaanse tekst soms niet van elkaar te onderscheiden. De heftige emoties hechten zich aan elkaar, maken zich weer los en verspreiden zich via verschillende wegen om en rond de hoofdpersonen. De beweging in Passion is die van een overtocht. Maar Zij schreeuwt het uit en weigert de tocht omhoog te gaan, richting zon; zij kent immers het einde van deze geschiedenis.

Volgens muzikaal leider Franck Ollu kenmerkt Dusapin's muziek zich door de lange muzikale lijnen die zijn werk van begin tot eind een dramatische spanning geven. “De samenhang is gegarandeerd door een constante harmonie en het feit dat ritmische elementen nooit de grote lijn of de zangpartijen domineren.”

Pascal Dusapin wordt gerekend tot de belangrijkste levende componisten van Frankrijk. Net als zijn leermeester Iannis Xenakis heeft hij een grote belangstelling voor techniek en wetenschap. Aan de Sorbonne studeerde hij in de jaren zeventig niet alleen kunst en esthetica, maar ook natuurwetenschap. Zijn vroege werken schreef Dusapin nog sterk onder de invloed van Xenakis en de Italiaanse componist Donatoni, maar op den duur ontwikkelde hij een eigen stijl, die zich kenmerkt door een voorliefde voor microtonaliteit, het opeenstapelen van atonale complexen, en variaties van Griekse tetrachorden. Dusapin heeft een uitgesproken voorkeur voor instrumenten die de menselijke stem kunnen imiteren, zoals blazers en strijkers.
Passion werd geproduceerd in opdracht van het Festival d'Aix-en-Provence en ging daar op 29 juni 2008 in première met het Ensemble Modern, sopraan Barbara Hannigan als Lei en bariton Georg Nigl als Lui. Het Holland Festival presenteert een nieuwe versie met dezelfde uitvoerders in een mise-en-espace van festivaldirecteur Pierre Audi.


BIOGRAFIE

Pascal Dusapin werd in 1955 geboren in Nancy en wordt inmiddels gerekend tot de belangrijkste levende componisten van Frankrijk. Net als zijn leermeester Iannis Xenakis heeft hij een grote belangstelling voor techniek en exacte wetenschap, en in de jaren 70 studeerde hij aan de Sorbonne niet alleen kunst en esthetica, maar ook natuurwetenschap. Op aanraden van de Italiaanse componist Franco Donatoni volgde hij van 1974 tot 1978 de cursussen die Xenakis verzorgde aan diezelfde universiteit. Zijn vroege werken schreef Dusapin sterk onder de invloed van Donatoni en Xenakis, maar op den duur ontwikkelde hij een geheel eigen stijl, die zich kenmerkt door een voorliefde voor microtonaliteit, het opeenstapelen van atonale complexen, en variaties van Griekse tetrachorden. Dusapin heeft een uitgesproken voorkeur voor instrumenten die de menselijke stem kunnen imiteren, zoals blazers en strijkers, en hij heeft opvallend weinig geschreven voor piano.

Dusapin heeft in drie decennia een groot oeuvre opgebouwd en is actief in vele genres, zoals opera, kamermuziek, koormuziek en orkestmuziek. Vanaf het moment dat hij eind jaren 70 zijn eerste werken publiceerde werd hij door de kritiek omarmd. Inmiddels heeft hij een groot aantal prijzen op zijn naam staan, waaronder een studieverblijf in de Villa Medici in Rome (1981-1983), de Prijs van de Académie des Beaux-Arts (1993), de Grand Prix National de Musique (1995), en de Victoire de la Musique in 1998 voor de Montaigne-opname van onder meer zijn ‘operatorio’ La Melancholia. In 2002 werd hij uitgeroepen tot Componist van het Jaar.
(met dank aan Holland Festival)

 

TOURDATA

10 juni 2009

Amsterdam : 20:30