LEGE WIEG / BOS BESIK

NIEUWE OPERA VAN SEUNG-AH OH


Het lot maakt een jonge vrouw tot nomade, een kind geeft haar bestaan meer vorm, maar in een storm verliest zij het. De opera Lege Wieg/Bos Besik is gefundeerd op dit oeroude verhaal uit het Taurusgebergte. De spelers bestaan uit een (amateur)koor van Turks-Nederlandse vrouwen, en solisten van VOCAALLAB. Tezamen vormen ze een rijke verscheidenheid aan muzikale en culturele achtergronden. Gecombineerd met de in het westen woonachtige, van oorsprong Zuid-Koreaanse componiste, de Nederlandse librettiste en het gebruikte instrumentarium, leidt dit geheel tot een smeltkroes van o.a. Turkse volksliederen en hedendaags westers idioom met oosterse invloeden. De muzikale leiding is in handen van Romain Bischoff, voor de regie tekent Cilia Hogerzeil.

Lege Wieg /trailer: Boris Bischoff | fotografie: Rob van Herwaarden


Compositie
: Seung-Ah Oh
Script
: Anne Vegter
Dirigent
: Romain Bischoff
Regie
: Cilia Hogerzeil
Decor
: Robin van de Werff
Kostuums
: Ineke Vink
Licht
: Jeroen Smith

 

Cast:

Jennifer Claire van der Hart, Fadime

Caroline Cartens, alterego Fadime

Ekaterina Levental, Nomad's moeder

Gunnar Brandt Sigurdsson, Nomad

Arnout Lems, Derman

Solisten

Jet van Helbergen, sopraan
Nurhan Uyar, mezzo-sopraan (klaagvrouw)

 

Instrumentalisten:

Paula van Delden, fluit

Marieke Grotenhuis, accordeon

Wilbert Grootenboer, slagwerk

Annie Tangberg, cello

Marijn van Prooijen, contrabas

 

Repetitor: Henry Kelder / Caecilia Boschman / Annette Rogers

Workshops coaching: Nurhan Uyar

 

Link:
www.muziektheaterhollandsdiep.nl

 

 

FOTO

Algemeen Dagblad, 19-04-2010: Beklemmend, ontroerend verhaal bij Hollands Diep

Oh's muziek komt onder Romain Bischoff fascinerend tot klinken. De zang- en acteerprestaties van Jennifer van der Hart en Caroline Cartens zijn formidabel; ook Gunnar Brandt-Sigurdsson, Arnout Lems en Ekaterina Levental maken indruk. 

De strijd voor een ongewenste, onmogelijke liefde

DORDRECHT - Bos Besik (Lege Wieg), muziekdrama naar een Turks volksverhaal van de Koreaanse componiste Seung-Ah Oh en de dichteres Anne Vegter, is een verzetsopera. Fadime, een meisje uit een bergdorp, vecht voor de erkenning van haar liefde voor Nomad, telg van een aanzienlijke familie. En betaalt daarvoor een noodlottige prijs: haar kind, bekroning van die ongewenste liefde, wordt haar, wanneer zeven jaar zijn verstreken, door een macabere geestverschijning, de Derman, ontnomen.

Een verhaal dat een beklemmende, ontroerende uitwerking krijgt. Oh’s muziek komt onder Romain Bischoff, dirigerend vanuit het publiek, fascinerend tot klinken. De zangpartijen, veelal in reciteerstijl, zijn fraai ingebed in het spel, hoog in de hal, van het zeskoppige orkest. En de scenische mogelijkheden van het ketelhuis aan de Noordendijk zijn in Cilia Hogerzijls regie optimaal benut. Zoals de hallucinerende lichteffecten tegen het slot.

De zang- en acteerprestaties van Jennifer Claire van der Hart (Fadime) en Caroline Cartens, als haar alter ego, zijn formidabel. Ook Gunnar Brandt-Sigurdsson (Nomad), Arnout Lens (Derman) en Jet van Helbergen maken indruk. Al even overtuigend is het optreden van het door Turkse en Nederlandse zangeressen gevormde koor, dat de families van het liefdespaar vertegenwoordigt.

Nurhan Uyar, die ook tekende voor de keuze van de prachtige Turkse liederen die in het drama zijn ingevlochten, zingt de partij van de klaagvrouw. En Nomads hooghartige moeder, die de traditie en het vooroordeel verzinnebeeldt, is een kapitale rol van de mezzo Ekaterina Levental. Bos Besik: een nieuwe parel in de ketting van spraakmakende producties van Hollands Diep.

Ger van der Tang


 

NRC Handelsblad, 19-04-2010: Muziek sterkste troef in fusionopera 'Lege Wieg'

De zangers van VOCAALLAB doen goed werk in de hoofdrollen. Vooral Jennifer van der Hart is geloofwaardig als de eigengereide Fadime: soms snijdend, maar even makkelijk zoet weeklagend boven stemmige koorzang.

Door JOCHEM VALKENBURG
Opera een speeltje van de blanke elite? Niet in Dordrecht, waar een koor van Turkse en Nederlandse amateurzangeressen meedoet in de opera Lege Wieg van de van oorsprong Koreaanse componiste Seung-Ah Oh (1969).
De opera is gebaseerd op een oud Turks volksverhaal over twee geliefden die tegen de wil van hun families trouwen, maar geen kind kunnen krijgen. Uiteindelijk schenkt een geest hun een kind, dat hij zeven jaar later weer opeist.
    Niet alleen het verhaal en een deel van de uitvoerenden is Turks, ook de muziek streeft naar een versmelting van twee werelden: Oh’s hechte muziek in modernistisch idioom wordt op gezette tijden onderbroken door Turkse volksliedjes en de traditionele klaagzang van “klaagvrouw” Nurhan Uyar.
    Die benadering bevestigt wel vooroordelen: de Turkse cultuur wordt gepresenteerd als traditioneel en onveranderlijk, terwijl het meer “westerse” deel van de voorstelling zich daar veel gedifferentieerder omheen plooit om het échte verhaal te vertellen.
    Toch wil ook die vertelling niet echt van de grond komen, deels wegens de brave, wat vrijblijvende regie, maar vooral ook te wijten aan het stroeve libretto van Anne Vegter. Wat op papier snel lijkt te gaan, kan in een opera tergend lang duren – zoals het opsommen van de zeven levensjaren van de dochter. Daarbij komt dan nog minder fraai Nederlands als “Ik geloof ik ben verliefd” en een seksscène met smakeloze beeldspraken als “liefste zuig op mijn fruit”. Dan wekt het weinig verbazing dat er geen kindertjes komen.
    Sterkste troef is de muziek van Oh, die misschien nergens echt verrast, maar wel de juiste sfeer aanbrengt. Geregeld knoopt Oh daarvoor aan bij de modaliteit van de Ottomaanse klassieke muziek. Verder beweegt ze zich genuanceerd tussen Ligeti-achtig geladen verstilling en meer aan Xenakis herinnerend tumult. Soms uit ze zich ook ongegeneerd consonant en gloedvol, met als hoogtepunt de honingzoete geboortescène.
    Romain Bischoff dirigeert het instrumentaal ensemble, dat ver achterin de zaal zit, vanaf grote afstand (zelf staat hij tussen het publiek in), maar weet desondanks veel nuance aan te brengen. De zangers van VocaalLAB doen goed werk in de hoofdrollen. Vooral Jennifer van der Hart is geloofwaardig als de eigengereide Fadime: soms snijdend, maar even makkelijk zoet weeklagend boven stemmige koorzang.