RECENSIES


Cultuurbewust.nl ( OVER DJ MOZ'ART )

"DJ Moz’Art is een aansprekend spektakel voor jong en oud. Balletliefhebbers kunnen hun hart ophalen bij ballerina Raquel Tijsterman, fans van jazz genieten van sopraan Sylvie Merck, kortom: voor ieder wat wils. Het tempo zit er goed in en de cross-overs zijn prachtig. ISH en VOCAALLAB laten je op een verfrissende manier kennismaken met Mozart als mens en als componist."

Eerder werkten VOCAALLAB en ISH al samen voor MonteverdISH. Hun kenmerkende cross-overs zijn ook weer te zien in hun nieuwe voorstelling DJ Moz’Art. In deze productie laat een team bestaande uit dansers, zangeressen, muzikanten en een DJ je op een frisse manier kennismaken met Mozart. Ondanks de afwezigheid van een rode draad betekent het spektakel vooral een uur smullen van talent en energie.
DJ Moz’Art gaat over de bekende componist Wolfgang Amadeus Mozart. In deze collagevoorstelling, die verder gaat dan het beroemde Eine kleine Nachtmusik, worden verschillende kanten van hem belicht. Zijn relatie met zijn vrouw en vader, zijn leven en zijn emoties; anno 2014 zien mensen hem als een muzikaal genie, toentertijd werd zijn muziek totaal niet begrepen. Om dat te laten zien, gebruiken ISH en VOCAALLAB tekst, muziek, dans en zang. Na het voorlezen van Mozarts dagboek volgt bijvoorbeeld een liefdesdans, begeleid door een DJ, pianist en cellist.
Net als in eerdere voorstellingen van ISH, bestaat ook deze productie weer uit ontelbare cross-overs. De sopranen van VOCAALLAB zingen jazz, klassiek en pop. Bij de dansers gaat popping hand in hand met ballet en breakdance. DJ Irie Weergang Bove mixt bekende muziek van Mozart met hedendaagse pop. Die verschillende stijlen vloeien mooi in elkaar over en vormen samen een mengelmoes vol van talent en energie.
Spontane Mozartdroom
Die talenten zijn te zien op een bijzonder podium. In een soort huiskamer gevuld met instrumenten en over de vloer verspreide blaadjes uit het dagboek van Mozart, ontstaat een herleving van de musicus. De liederen, muziek en dansen lijken spontaan tot stand te komen. Dat spontane geeft de voorstelling iets dromerigs. Het intense spel geeft je het gevoel dat je een Mozartdroom zit.
Geen rode draad
Het achtkoppige team verbaast iedere keer als het weer een andere stijl in dans of muziek goed blijkt te beheersen. Ze veranderen dan ook vaak van rol. Die rollen zijn echter niet zo duidelijk. De verwarring over wie nou wie voorstelt, beperkt het genieten van de energieke talenten. De show is een collage waarin de klassieke componist centraal staat. Een rode draad die van A naar B loopt, ontbreekt hierbij. Echt storend is dat niet: de muziek en regelmatig voorgelezen dagboekteksten dienen ietwat als structuur.
Verfrissende kennismaking
DJ Moz’Art
 is een aansprekend spektakel voor jong en oud. Balletliefhebbers kunnen hun hart ophalen bij ballerina Raquel Tijsterman, fans van jazz genieten van sopraan Sylvie Merck, kortom: voor ieder wat wils. Het tempo zit er goed in en de cross-overs zijn prachtig. ISH en VOCAALLAB laten je op een verfrissende manier kennismaken met Mozart als mens en als componist.
Flore van Eerde

De Volkskrant ( OVER DJ MOZ'ART )

"De regisseurs Romain Bischoff en Marco Gerris laten een jong publiek kennismaken met zijn muziek. Door elementen te isoleren, te herhalen of anderszins te benadrukken, gaan ze bovendien nader in op structuur en betekenis."

Een jong publiek maakt kennis met de oude Mozart (die altijd wel te porren was voor iets nieuws).
Hippe gast, die Mozart. Dat denk je toch maar mooi, na de première van DJ Moz’ART. In deze nieuwe productie van dansgroep ISH en muziektheaterproductiehuis VOCAALLAB, die eerder samen MonteverdISH maakten, wordt de 18e eeuwse componist op de draaitafel gelegd en met de livemuziek van een cellist, een pianist en twee sopranen verhaspeld tot een gevarieerde mix van klassiek en house. Volkomen organisch en logisch, alsof hij het zelf heeft bedacht.
Dat had overigens best gekund: Mozart was wel in voor wat nieuws, stopte de klassieke muziek destijds peper in de reet.

De regisseurs Romain Bischoff en Marco Gerris, tevens de choreograaf, laten een jong publiek kennismaken met zijn muziek – als ze die niet al kunnen meeneuriën, zozeer zit Mozart genesteld in ons aller geheugen. Door elementen te isoleren, te herhalen of anderszins te benadrukken, gaan ze bovendien nader in op structuur en betekenis.
Presentator van ‘Radio Mozart’ is de innemende, energieke human beatboxer en danser Abdelhadi Baaddi, Mozarts alter ego. Aan de hand van Mozarts liefdesbrieven, aria’s als Die Zauberflöte en Idomeneo, en uiteindelijk het Requiem hoppen we door het leven van deze geniale gek en womanizer, gevoelige ziel en somberman. Helaas is DJ Moz’ART vooral muzikaal geslaagd; de choreografie had zoveel uitdagender gekund. Breakdancer Arnold Put is ronduit geweldig, de zangeressen bewegen aardig en het ballet-achtige meisje doet haar best, maar daar houdt het dan ook mee op.
Mirjam van der Linden

Theaterkrant.nl ( OVER DJ MOZ'ART )

"Fantastisch, hoe naturel klassieke muziek in DJ Moz’art samenvalt met hedendaagse vormen van muziek en dans. Laten we hopen dat VOCAALLAB en ISH nog niet op elkaar uitgekeken zijn."

Dat de samenwerking tussen VOCAALLAB en ISH een vruchtbare is, toonde de productie MonteverdISH drie jaar geleden al aan. DJ Moz’art is het tweede initiatief van deze gezelschappen en zet niet alleen het werk maar ook het roerige leven centraal van Wolgang Amadeus Mozart,  met een handjevol ernst en veel speelse humor uiteraard. In virtuoze muziekcomposities gaan de noten van Mozart aan de haal met hippe muziekstijlen. En dirigeren, zo blijkt, is ook een vorm van dansen.
De klanken van Mozart zitten diep in ons collectieve geheugen, ongetwijfeld nog dieper sinds de komst van de ringtone. Als het hoofdpersonage van DJ Moz’art neuriënd opkomt herkennen we het deuntje allemaal. Tussen slingerende papieren met bladmuziek vindt deze straatveger – een fantastische rol van acteur, beatboxer en danser Abdelhadi Baaddi – een baton en met het toverstokje kruipt hij in de huid van Wolfgang Amadeus Mozart. Een eclectische medley vangt aan, op Radio Mozart FM is DJ Irie Weergang Bove heer en meester van prikkelende en ritmische Mozartbeats.
De voorstelling DJ Moz’art blijft aanvankelijk trouw aan de noten van Mozart, vooral in het eerste deel staan zijn herkenbare composities centraal. Er wordt virtuoos op gedanst, vooral door Mozarts in het wit geklede alter ego, danser Arnold Put. Een dansende dirigent is muziek. Baadda’s act is niet alleen goed getimed, maar zet ook de zaal volledig op zijn kop, zelfs het enthousiaste publieksapplaus kan hij sturen. De voorstelling kent een paar van die momenten waarin dans en muziek volledig met elkaar versmelten. Het zijn zonder twijfel de hoogtepunten van DJ Moz’art.
In het tweede deel slaat de ernst toe, Mozart wordt ziek en heeft heimwee naar zijn geliefde. Sopraanzangeressen Sylvie Merck, overigens ook buitengewoon verdienstelijk danseres, en Laura Bohn, die in het eerste deel al aantoonde dat ze de slapstick humor van ISH volledig beheerst, brengen liederen ten gehore, die een nieuwe laag aanboren. Heerlijk dat deze voorstelling de serene stilte zo nu en dan omarmt, iets wat we niet gewend zijn van ISH. Des te sterker zijn de dynamische composities die volgen, stukken waarin Mozart ver te zoeken is, dankzij een weelderige fusion aan muziekstijlen en vooral ritmische composities. In de doodsstrijd die daarop volgt battelen Mozart en zijn alter-ego om de gunst van een ballerina, een rol van  Raquelle Tijsterman. Het is helaas niet het sterkst gedanste en gechoreografeerde deel van DJ Moz’art.
Het toneelbeeld, waarin verschillende instrumenten als stille getuigen zijn opgehangen, maakt indruk. Evenals het sferische licht dat dit keer niet op effectbejag is gericht. Een doodkist wordt omgetoverd tot klavecimbel en de prachtige vorm van de cello krijgt een hoofdrol in de finale. Fantastisch, hoe naturel klassieke muziek in DJ Moz’art samenvalt met hedendaagse vormen van muziek en dans. Laten we hopen dat VOCAALLAB en ISH nog niet op elkaar uitgekeken zijn.
Moos van den Broek

Theaterjournaal.nl ( OVER DJ MOZ'ART )

"In het leven van een schoonmaker sijpelt bijna ongemerkt de muziek van Mozart door. Terwijl hij de vloer veegt, fluit hij achteloos een muziekje van de componist. Leunend op zijn bezem droomt de schoonmaker van een loopbaan vol muziek. Een leven vol jazz gemengd met klassieke muziek, met musici, met mooie vrouwen die zingen en dansen. Door alles heen klinken het levensverhaal en de muziek van Mozart."

In het leven van een schoonmaker sijpelt bijna ongemerkt de muziek van Mozart door. Terwijl hij de vloer veegt, fluit hij achteloos een muziekje van de componist. Leunend op zijn bezem droomt de schoonmaker van een loopbaan vol muziek. Een leven vol jazz gemengd met klassieke muziek, met musici, met mooie vrouwen die zingen en dansen. Door alles heen klinken het levensverhaal en de muziek van Mozart.
Zie daar ‘DJ Moz’ART; infected by a genius’, een lichtelijk chaotische coproductie van (break)dans- en muziekgroep ISH en muziektheatergroep VOCAALLAB, twee groepen die al eerder samenwerkten in ‘MonterverdISH’. Rode draad in de huidige voorstelling vormt de levensloop van de Oostenrijkse componist Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). Zijn tegendraadse gedachten zijn opgepikt uit geschriften. Door dat gedachtegoed heen zijn in ‘DJ Moz’ART’ flarden van composities gevlochten, van ‘Eine kleine Nachtmusik’ en ’Die Zauberflöte’ tot aan het ‘Requiem’.

Aria’s
De schoonmaker schept zijn eigen fantasiewereld. Een breakdancer in witte ‘zeventiende-eeuwse’ kleren symboliseert Mozart. Drie zangeressen/danseressen zetten de vrouwen in Mozarts leven neer, met uiteraard echtgenote Constanze als middelpunt.
Zoals gebruikelijk in de voorstellingen van ISH worden bewegingen aangezwengeld of juist stilgezet door een inventief en geestig geluidsdecor. Dat wordt hier neergezet door een toetsenist, een chellist en een DJ. Een substantieel deel van de voorstelling bestaat uit aria’s, gezongen door de klassiek geschoolde zangeressen van VOCAALLAB. Er gebeurt veel en er gebeurt veel tegelijk op de speelvloer.

Klassiekers
Abdelhadi Baaddi als de breakdancende en human beatboxende schoonmaker is een mooie entertainer, hij heeft de lach aan zijn kont en dirigeert letterlijk het publiek. Breakdancer Arnold Put (Mozart) kan elk van zijn gewrichten los van alle andere bewegen, maakt zonder een krimp te geven salto’s en flikflaks en vormt zo een sterke blikvanger. De rol van de drie vrouwen (Laura Bohn, Sylvie Merck, Raquel Tijsterman) is goeddeels komisch, maar als er een aria of klassieke dans tussendoor komen is die rol opeens serieus, waardoor er een nogal verwarrend beeld ontstaat van de vrouwen in het leven van Mozart.
Een theatervoorstelling waarin de noodzakelijke muziek live ontstaat, heeft per definitie een streepje voor. Hier speelt Jörg Brinkmann cello en Tony Roe is de toetsenist. Irie Weergang Bove is de DJ die aan de haal gaat met Mozarts klassiekers.

Brug slaan
De optelsom van dit alles is een fragmentarische, associatieve, komische maar ook nogal rommelige voorstelling. Daarin vormen Mozart en zijn levensverhaal eerder een losse inspiratiebron dan dat het verhaal van de componist daadwerkelijk wordt verbeeld of verwoord. Een effectieve brug slaan tussen de ‘klassieke’ muziek van Mozart en de hedendaagse jongerencultuur lukt maar ten dele: daarvoor staan de opera-fragmenten te ver van de breakdance en van de scratchende DJ. Het resultaat is een beetje Mozart-voor-beginners. Daarmee doen de zeer getalenteerde groepen ISH en VOCAALLAB zichzelf eigenlijk tekort. Iets meer sturing en structuur hadden van ‘DJ Moz’ART’ een sterkere voorstelling gemaakt. Nu is het vooral een vrolijke en grappige voorstelling rond de figuur van Mozart.
Mieke Zijlmans

Het Parool ( OVER DJ MOZ'ART )

"DJ Moz’ART is een enerverende voorstelling. Er is dynamische streetdance van Abdelhadi Baaddi en Arnold Put. Ook de vocale uitvoeringen van de beroemde aria Königin der Nacht en delen van Mozarts Requiem krijgen juist door het contrast met snoeiharde housepartytaferelen en electro-experimenten een bijzondere lading."

Van alles wat, en dan flink mixen: dat is het favoriete (en succesvolle) recept van de Amsterdamse dansgroep ISH. In de voorstelling MonteverdISH werd de muziek van de Italiaanse operacomponist in de blender gegooid met hiphopdans en stevige beats, in het nieuwe DJ Moz’ART delen de dansers van ISH opnieuw het podium met zangers van VOCAALLAB.
    De muziek – van Wolfgang Amadeus Mozart of daarop geïnspireerd wordt prachtig uitgevoerd door een toetsenist, een cellist én een scratchende DJ.
    De voorstelling volgt in grote lijnen de dramatische lijn van de filmklassieker Amadeus. Brieven van de componist worden voorgelezen en daarin herkennen we alle stadia: het wonderkind, het arrogante genie en de mateloze losbol. En ook: de getormenteerde zoon met zijn vadercomplex en diepe doodsangst.
    Ondanks deze rode draad zit je als kijker te vaak te gissen naar de betekenis van sommige scènes. Dat zou niet erg moeten zijn, want DJ Moz’ART is een enerverende voorstelling. Er is dynamische streetdance van Abdelhadi Baaddi en Arnold Put. Ook de vocale uitvoeringen van de beroemde aria Königin der Nacht en delen van Mozarts Requiem krijgen juist door het contrast met snoeiharde housepartytaferelen en electro-experimenten een bijzondere lading. En als te midden van alle pathos en bombast de klassiek geschoolde Raquel Tijsterman op spitzen ronddartelt, heeft dat de ontroerende charme van een antiek speeldoosje.
    Maar alle vondsten, weldadige snufjes humor en meeslepende passages laten je curieus genoeg met een onbevredigd gevoel achter. De ingrediënten deugen en het podium staat vol met talent. Wat helaas ontbreekt is een samenbindende visie die alle elementen bij elkaar houdt.
Fritz de Jong

Noord Hollands Dagblad ( OVER DJ MOZ'ART )

Met DJ Moz'Art slaan het Zaandamse productiehuis VOCAALLAB en de Amsterdamse multidisciplinaire dansgroep ISH opnieuw een brug tussen klassieke kunstvormen en disciplines uit de straatcultuur. 

De nieuwe voorstelling is gemaakt in de geest van de 18e-eeuwse componist Wolfgang Amadeus Mozart, zegt Romain Bischoff; met Marco Gerris verantwoordelijk voor de regie. 

Met DJ Moz'Art slaan het Zaandamse productiehuis VOCAALLAB en de Amsterdamse multidisciplinaire dansgroep ISH opnieuw een brug tussen klassieke kunstvormen en disciplines uit de straatcultuur. 

De nieuwe voorstelling is gemaakt in de geest van de 18e-eeuwse componist Wolfgang Amadeus Mozart, zegt Romain Bischoff; met Marco Gerris verantwoordelijk voor de regie. 

De acht performers die op het podium staan, hebben alle muziek gecreëerd. Daarbij zijn ze zoveel mogelijk in de huid van Mozart gekropen. Mozart had een hele open geest. 

Uit zijn brieven weten we dat hij losbandig en creatief was en van de hak op de tak sprong. Een soort schizofrene persoon. Dat kun je ook in zijn muziek herkennen. 

Het ene moment is het zwaar dramatisch, het andere moment übervrolijk.''?Dat resulteerde in een voorstelling als 'een fabuleus feest' met sopranen (Laura Bohn en Sylvie Merck), dansers (Arnold Put en Raquel Tijsterman), beatboxer Aldelhadi Baaddi, toetsenist Tony Roe, cellist Jörg Brinkmann en dj Irie Weergang Bove. Belangrijk thema van Dj Moz'Art is de vraag of iets helemaal nieuws is of dat alles voortkomt uit iets dat al is geweest. ,,Want wat is tegenwoordig nog nieuw. Een dj bijvoorbeeld, is per definitie een verzamelaar. Maar Mozart deed dat ook. Hij was een geniaal muziekvernieuwer én 'jatte' uit andere composities. Een klassieke dj, dus.''

 

Herkenning

Toeschouwers zullen volgens hem geregeld een gevoel van herkenning hebben. ,,Soms ligt het er dik bovenop, een fragment uit Die Zauberflöte is natuurlijk heel duidelijk. Maar die herkenning duurt niet lang, dan drijft het weer af naar totaal eigen composities. Overigens is niets van onze muziek vastgelegd op partituren. Negentig procent van een nummer staat vast, in de overige tien kan worden gevarieerd.''?Twee jaar geleden werkten VOCAALLAB en ISH voor het eerst samen. Zij smeedden Monteverdi's werk L'incoronazione di Poppea om tot hiphopbreakdanceopera Monteverdish. ,,De samenwerking verliep heel goed en de voorstelling werd goed ontvangen; dus besloten we er een vervolg aan te geven met Dj Moz'Art. Het mooie van deze voorstellingen is dat het publiek op een speelse manier kennismaakt met klassieke kunst. ISH is straatcultuur; veel jongeren die daarheen gaan, zijn niet eerder in aanraking geweest met klassiek.''?Met Dj Moz'Art houdt de samenwerking niet op. ,,Over anderhalf jaar gaan we nog een grote zaalproductie maken. De invulling ligt nog open. Er zijn wel ideeën, maar het is te prematuur om daar nu al iets over te zeggen.''

José Pietens

Muziek van Nu ( OVER Kopernikus )

Gezien die hoge mate van mystieke abstractie is Kopernikus een gewaagde keuze voor een club jong muziektalent. […] Niettemin wisten de jonge musici onder Bisschofs leiding te overtuigen, daar veranderden een gortdroge akoestiek en zoemende airco niets aan. Viviers muziek is als een auditieve regenboog: veelkleurig maar altijd opgehangen aan een uniforme melodische lijn. Dat dubbelzinnige karakter vraagt om een haarscherpe balans tussen individu en collectief; tussen ingenieuze timbrefratsen (orgelende boventoonzang, fluitaureooltjes, hand-voor-de-mond-effecten, vreemde mixturen van klarinetten en viool) en een geest van eensgezindheid die als een gemeenschappelijke adem door de partituur trekt. Alleen dan krijgen Viviers noten die vreemde extatische gloed, die de luisteraar op de maat van een gonzende gong en subtiel aangewreven klankschalen een centimeter of wat boven de grond laat zweven.

Hoe het hiernamaals eruitziet? Bij De Nederlandse Opera gokt men op wit. Hagelwit. In samenwerking met VOCAALLAB en de Nederlandse Orkest- en Ensemble-Academie presenteerde de talentklas van het operagezelschap deze week haar eerste productie. In de Boekmanzaal van Het Muziektheater (voor de gelegenheid van top tot teen verpakt in wit folie) zetten zeven zangers, evenveel instrumentalisten en een jong meisje zich aan een raadselachtig rituel de mort. Zo luidt althans de ondertitel van Claude Viviers opera Kopernikus (1979) die op Romain Bisschofs lessenaar lag.
De Canadese componist die een blauwe maandag sonologie studeerde in Utrecht en daarna
bij Stockhausen in de leer ging, koesterde een griezelige obsessie voor de dood. In het bijzonder voor zijn eigen einde. Exemplarisch is een passage uit Glaubst du an die Unsterblichkeit der Seele, waarin een
anonieme ik-figuur nauwkeurig beschrijft hoe zijn moordenaar hem een dolk door het hart drijft. Ronduit luguber: het was de laatste scene die Vivier ooit op papier zou zetten. Korte tijd later werd hij in zijn Parijse appartement doodgestoken door een van zijn vele vluchtige minnaars.
Zo werd Claude Vivier in de nacht van 7 maart 1983 zelf tot een soort Agni, het jonge kind dat in Kopernikus aan gene zijde verzeild is geraakt. Ze wordt er vergezeld door een legertje pelgrims van het tijdloze die haar op rituele klanken en imaginaire teksten (veel Ka re nou ye ze na) naar een plek van liefde en kosmische harmonie begeleiden. Tussendoor komt de geest van tovenaar Merlijn even buurten (Da gr da prr liou?), roemt de ziel van Mozart de muziek van Orion, hoort men de onsterfelijke geliefden Tristan en Isolde bitterzoet weeklagen en raaskalt de Mayaanse Heer der Wateren over alle ooit gedachte filosofieen.
Kom bij Vivier niet om een helder verhaal. Als componist die het als zijn uitdrukkelijke taak zag om de geheimen van het universum bloot te leggen, had hij niet genoeg aan een gewiekste plot. In zijn wonderlijke muziektheater legt een logische dramaturgie het per definitie af tegen de bezwerende kracht van de rite en de oneindige verbeelding van de droom.
Gezien die hoge mate van mystieke abstractie is Kopernikus een gewaagde keuze voor een club jong muziektalent. Temeer daar het Nederlandse publiek nogal verwend is waar het de muziek van Vivier betreft. Daar hebben Reinbert de Leeuw en Pierre Audi wel voor gezorgd met hun wonderschone Vivier-monument Reves dun Marco Polo.
Niettemin wisten de jonge musici onder Bisschofs leiding te overtuigen, daar veranderden een gortdroge akoestiek en zoemende airco niets aan. Viviers muziek is als een auditieve regenboog: veelkleurig maar altijd opgehangen aan een uniforme melodische lijn. Dat dubbelzinnige karakter vraagt om een haarscherpe balans tussen individu en collectief; tussen ingenieuze timbrefratsen (orgelende boventoonzang, fluitaureooltjes, hand-voor-de-mond-effecten, vreemde mixturen van klarinetten en viool) en een geest van eensgezindheid die als een gemeenschappelijke adem door de partituur trekt. Alleen dan krijgen Viviers noten die vreemde extatische gloed, die de luisteraar op de maat van een gonzende gong en subtiel aangewreven klankschalen een centimeter of wat boven de grond laat zweven.
Kopernikus is nog te zien op 18 en 19 april om 20:00 uur in de Boekmanzaal van het Muziektheater in Amsterdam.
Joep Christenhusz

Meppeler Courant ( OVER DJ MOZ'ART )

"Een staande ovatie van de bezoekers laat zien dat men overdonderd is door de voorstelling. Men kreeg ook veel te verwerken. Verrassende vondsten, een toneel met veel individueel talent en een decor met bijna een overdaad aan prikkels."

De grote zaal van Ogterop vulde zich gisteravond met opvallen veel ‘dansgeoriënteerde’ jeugd en een handjevol nieuwsgierige theaterbezoekers. Allen benieuwd naar de voorstelling DJ Moz’ART, een aangekondigde fusie tussen het klassieke tijdperk van Wolfgang Amadeus en de repeterende elektronische beats van vandaag. We worden door een straatveger meegenomen in de wereld van Mozart. Fluitend en mijmerend over een leven vol muziek en vrouwen transformeert de straatveger in Mozart en trekt hij ons mee in het enerverende leven van de muzikale icoon van een paar eeuwen geleden. Voor velen zijn de melodieën van Mozart zeer herkenbaar, of ze nou door een compleet symfonieorkest gespeeld worden of uit een USB-stick komen. De virtuoze dans en de melodieën versmelten tot een boeiend geheel en al dansend worden de verschillende fases van het leven van Mozart uitgebeeld. Een toneel vol rekwisieten moet de sfeer weergeven van een geschiedenis vol muziek. Een geschiedenis waar het leven van Wolfgang Amadeus zich, in al zijn dramatiek, afspeelt. Naast veel humor schuwt DJ Moz’ART niet om de ellende weer te geven. Heimwee, ziekte en uiteindelijk de dood krijgen vorm in een mengeling van dans, het knap gebruiken van de decorstukken en natuurlijk de muziek, waarbij de heldere, zuivere vocalen een lust voor het oor zijn.

Visie
Een staande ovatie van de bezoekers laat zien dat men overdonderd is door de voorstelling. Men kreeg ook veel te verwerken. Verrassende vondsten, een toneel met veel individueel talent en een decor met bijna een overdaad aan prikkels. Toch knaagt aan het einde het gevoel dat een samenbindende visie ontbreekt. Het stuk gaat uit als de spreekwoordelijke nachtkaars en als toeschouwer moet je je best doen om de samenhang te laten beklijven.
Veel lekkere, verrassende en bijzondere ingrediënten maken niet automatisch een geweldig gerecht.
Hulde voor de risico’s die hier en daar worden genomen, maar een voorstelling mag je niet alleen beoordelen op het experimentele karakter. DJ Moz’ART levert een boeiende avond muziek- en danstheater op, maar bij het verlaten van de zaal ook een licht knagend, onbevredigd.
Joan Albrecht

Theaterkrant.nl ( OVER Kopernikus )

Het is verbluffend hoe ogenschijnlijk moeiteloos de jonge solisten en instrumentalisten gestuurd door Romain Bischoff de complexe en ongebruikelijke klanken van Vivier tot leven brengen. Er wordt gezongen met wapperende hand voor de mond of door de trombone. Bewegingscoach Miguel Angel Gaspar weet bovendien zelfs aan de meest onbegrijpelijke passages een emotionele diepgang mee te geven. Geen plot. Een verzonnen taal. En toch de met moeite ingehouden snik bij het publiek. Vivier blijft een magier.

Verbluffende Vivier-uitvoering van operatalenten
Het begint met Alice in wonderland en eindigt met Kopernikus. In de tussenliggende zeventig minuten passeert een bonte stoet geesten: Merlijn, Mozart, Bach, Tristan, Isolde en Einstein – om er maar een paar te noemen. Ze worden opgeroepen door de pelgrims van het tijdloze, die deels in een verzonnen taal Agni begeleiden naar een volgende wereld.
Nee, niets aan Claude Viviers rituel de mort is doorsnee opera. Uitvoeringen van de Canadese componist die in 1983 in Parijs werd vermoord en precies die moord tot in detail voorspelde in zijn laatste werk zijn schaars. Toegankelijk is zijn muziek evenmin. Des te opmerkelijk dat De Nationale Opera juist dit mystieke sprookje verkiest om het nieuwe talentontwikkelingsprogramma aan het publiek te presenteren. Dat gebeurt in samenwerking met Vocaallab en de Nederlandse Orkest- en Ensemble Academie (NJO). Niet in de grote zaal van het Muziektheater, maar in de Boekmanzaal, voor de gelegenheid in wit landbouwplastic ingepakt. Een ongelukkige keuze, want de toch al lastige akoestiek van wat feitelijk een vergaderzaal van het Amsterdamse stadhuis is, wordt er niet beter door.
Het publiek wordt in kleine groepjes door een sluis tot de zaal toegelaten, waardoor de binnenkomst als vanzelf iets theatraals krijgt. Maar dan zonder de impact die het binnenstappen van de vervallen Gashouder in 2000 had, toen Pierre Audi samen met Reinbert de Leeuw Kopernikus presenteerde. De Leeuw is op zijn beurt weer oprichter van NJO, terwijl een deel van de huidige ensembleleden al als remplaçant optreedt bij het ASKO Schonberg. Wanneer regisseur Marcel Sijm vervolgens ook nog eens een cruciaal element uit Audis enscenering overneemt – de musici zijn geintegreerd in de handeling en moeten daardoor alle hondsmoeilijke partijen uit het hoofd spelen – blijkt deze talentproductie eerder een variant op de Gashouderproductie.
Een geslaagde variant, dat wel. Want het is verbluffend hoe ogenschijnlijk moeiteloos de jonge solisten en instrumentalisten gestuurd door Romain Bischoff de complexe en ongebruikelijke klanken van Vivier tot leven brengen. Er wordt gezongen met wapperende hand voor de mond of door de trombone. En vind maar eens een korte opera waarin zeven verschillende stemtypen en zeven instrumentalisten allemaal een gelijke rol spelen, waardoor er in de woorden van De Leeuw een adem door het stuk gaat. Bewegingscoach Miguel Angel Gaspar weet bovendien zelfs aan de meest onbegrijpelijke passages een emotionele diepgang mee te geven.
Allen moeten het echter afleggen tegen de dertienjarige Claudia Veltman. Als Agni is zij ronduit hartverscheurend als zij Mozart in het Nederlands toeroept: Meneer Mozart, meneer Mozart, luistert u eens, is het waar dat aan de andere kant de bomen met elkaar praten, dat de bloemen zulke prachtige muziek maken dat zelfs de Goden ervan gaan huilen? Vertel me toch, is dat alles echt waar?
Geen plot. Een verzonnen taal. En toch de met moeite ingehouden snik bij het publiek. Vivier blijft een magier.
Henri Drost
Foto: Hans van den Bogaard

Het Parool ( OVER Kopernikus )

De prestaties van de zeven jonge zangers en zeven jonge instrumentalisten, die in Kopernikus een volkomen gelijkwaardige rol hebben, waren gisteravond bij de premièrevoorstelling in de Boekmanzaal ronduit indrukwekkend. Ze zongen en speelden alles uit het hoofd en dan voorzag het scenisch concept van Marcel Sijm ook nog in een uitgekiende choreografie. Ze kunnen hier niet genoeg voor worden geprezen, want Viviers klankwereld stelt de hoogste eisen aan harmonische en ritmische eensgezindheid en net als bij Mozart is er niets om je muzikaal achter te verschuilen.

Het tweeluik Rêves d'un Marco Polo van de jong gestorven Canadese componist Claude Vivier (hij werd op zijn 35ste in Parijs vermoord) is wellicht hét hoogtepunt uit de 25 jaren waarin Pierre Audi nu de artistieke scepter zwaait bij wat tegenwoordig De Nationale Opera heet.
Rêves d'un Marco Polo bestond uit twee soirées. Op de eerste avond werd Viviers enige opera Kopernikus opgevoerd, op de tweede een geënsceneerde suite van zes hoogst indrukwekkende stukken, onder de overkoepelende titel Marco Polo. Het idee was van Audi, de uitvoering was van het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw en het resultaat was van een onthutsende en betoverende pracht. De productie was in 2000 en 2004 te zien in de Gashouder, er werd een dvd van gemaakt en er werd vooral veel en bewonderend over geschreven en gesproken.
Een uniek en onherhaalbaar hoogtepunt in de Nederlandse operageschiedenis, zou je zeggen. Maar daar dachten ze bij DNO anders over. Onder het motto 'we leggen de lat zo hoog mogelijk' kozen ze samen met Muziektheaterhuis Vocaallab juist Kopernikus als eerste productie voor de nieuwe afdeling Talentontwikkeling, waar jonge zangers en instrumentalisten werken aan de toekomst. Dirigent en oprichter van Vocaallab Romain Bischoff heeft altijd de nadruk gelegd op de werken van hedendaagse componisten, omdat 'die dezelfde toewijding verdienen als het bekende repertoire'.
De prestaties van de zeven jonge zangers en zeven jonge instrumentalisten, die in Kopernikus een volkomen gelijkwaardige rol hebben, waren gisteravond bij de premièrevoorstelling in de Boekmanzaal ronduit indrukwekkend. Ze zongen en speelden alles uit het hoofd en dan voorzag het scenisch concept van Marcel Sijm ook nog in een uitgekiende choreografie. Ze kunnen hier niet genoeg voor worden geprezen, want Viviers klankwereld stelt de hoogste eisen aan harmonische en ritmische eensgezindheid en net als bij Mozart is er niets om je muzikaal achter te verschuilen.
Marcel Sijm had de Boekmanzaal geheel wit gemaakt en met plastic laten bedekken, wat voor een wat plakkerige atmosfeer zorgde, maar ook voor een onthechtheid die geheel in lijn was met de abstracte, associatieve, hallucinatoire droomtoestand die Vivier in Kopernikus oproept.
In dromen kan het gedroomde altijd van alles betekenen en zo ook hier, al geeft enige kennis van Viviers biografie via Kopernikus een concreet inkijkje in een gewonde wereld, waaraan de componist wilde ontsnappen door de geest te laten waaien. Hij bedacht een fantasietaal en combineerde die in Kopernikus met gesproken en gezongen teksten waarin alles wat hem fascineerde uit de muziek, de literatuur en de wereldgodsdiensten de revue passeert.
Zo schiep hij een onvervreemdbaar persoonlijke, morose mythologie, hier rond de figuur Agni (Vivier zelf uiteraard), die tracht te ontsnappen aan een purgatorium. In de opera lukt dat, laat regisseur Marcel Sijm ons zien. In het echte leven lukte Vivier dat niet.
De muziek is soms zonder meer gedateerd, maar op de beste momenten klinkt er een tijdloos idioom dat alleen van Vivier is en van niemand anders. Een groter compliment kun je een componist niet maken.
Erik Voermans

NRC Handelsblad ( OVER Kopernikus )

Gewaagd is de keuze van artistiek leider Romain Bischoff om Kopernikus de eerste productie te maken van een nieuw talenttraject dat wordt gecoordineerd door de Nationale Opera. Samen met een bewegingscoach kneedde regisseur Marcel Sijm de deelnemers tot een inkrimpende en uitdijende massa, steeds reagerend op de flow van de muziek. De jonge leeftijd draagt bij aan de sfeer van een initiatie. Hoewel de theatrale spanning soms inzakt, behouden de veertien musici de grip op deze hallucinante materie. De lat voor komende talentprojecten is hoog gelegd.

Alsof je in de maag van een walvis zit opgesloten. Die licht onaangename sensatie bekruipt bezoekers van Claude Viviers onnavolgbare muziektheater Kopernikus. In de Boekmanzaal van het Stadhuis Amsterdam is een binnenruimte uit wit plastic opgetrokken – een nog radicalere variant werd door de brandweer afgeschoten.
Het is een gepast decor voor Kopernikus (1980), dat zich in een wachtruimte voor de hemel lijkt af te spelen. Hier wordt Agni (afwisselend door een jongen of meisje gespeeld) verwelkomd door zeven zangers en zeven instrumentalisten, gehuld in engelachtige gewaden van wit en pastelkleur. Een door tamtam-slagen gemarkeerd ritueel van muzikale en fysieke gebaren volgt, waarna Agni de ruimte verlaat en de engelgedaanten hun passieve startpositie weer innemen.
Gewaagd is de keuze van artistiek leider Romain Bischoff om Kopernikus de eerste productie te maken van een nieuw talenttraject dat wordt gecoordineerd door de Nationale Opera. De jonggestorven Canadees Vivier bouwde een uitdagende abstracte puzzel van ruim een uur, grotendeels gestut op een virtuoze fantasietaal. Met boeddhistische bastonen en mild gedrogeerde harmonieen a la Messiaen voelt Kopernikus soms als een seance uit de jaren zeventig.
Samen met een bewegingscoach kneedde regisseur Marcel Sijm de deelnemers tot een inkrimpende en uitdijende massa, steeds reagerend op de flow van de muziek. De jonge leeftijd draagt bij aan de sfeer van een initiatie. Hoewel de theatrale spanning soms inzakt, behouden de veertien musici de grip op deze hallucinante materie. De lat voor komende talentprojecten is hoog gelegd.
Floris Don

NRC Handelsblad ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

De doorloop belooft dat Woyzeck een fysiek en muzikaal spektakel wordt, met bijzonder vormgegeven scenes. Zoals wanneer de vier vrouwen, hoofd in elkaars schoot, in een lijn liggen en de mannen er achterwaarts overheen kikkeren, declamerend en brullend als apen – de aanranding van Marie door Woyzeck verbeeldend.

Project Wildeman maakt met de klassieke zangeressen van Silbersee een eigen versie van Buechners Woyzeck – ook te zien op Oerol.
Vier woeste baardmannen die zich primitief op de borst roffelden en met onafgebroken getrommel in trance brachten. Vorig jaar veroorzaakte Project Wildeman met hun voorstelling Wij de nodige opwinding op Oerol. Dit jaar werkt het heftige kwartet aan Woyzeck, in samenwerking met vier juist fijnzinnig klassiek zingende nymfen van de groep Silbersee.
Voordat Woyzeck weer festivals als Oerol (13-22 juni) aandoet is er de premiere zondag, als onderdeel van Theaterfestival Karavaan. Gespeeld in een grote kapel in Heiloo, op het terrein van het deels verbouwde psychiatrisch centrum Sint Willibrord. Die locatie is gepast, gezien de ondertitel van de voorstelling, een waanopera: de nadruk van deze muziektheaterversie ligt op de gekte van Woyzeck, de man die stemmen hoorde, aan wanen leed en uiteindelijk zijn vriendin Marie vermoordde.
De kapel is een hoog en rond auditorium. Mooi, maar ook een galmbak. Bij een repetitie vorige week beklemtoont regisseur Romain Bischoff de aandacht voor de verstaanbaarheid: trommelen met oerkracht, maar ingetogen. De doorloop belooft dat Woyzeck een fysiek en muzikaal spektakel wordt, met bijzonder vormgegeven scenes. Zoals wanneer de vier vrouwen, hoofd in elkaars schoot, in een lijn liggen en de mannen er achterwaarts overheen kikkeren, declamerend en brullend als apen – de aanranding van Marie door Woyzeck verbeeldend.
De botsing tussen het klassiek georienteerde Silbersee (tot voor kort Vocaallab geheten) en Project Wildeman oogt spannend. Wildeman Robin Block: Zet ons tegenover vier vrouwen en er ontstaan hele nieuwe hormonale sensaties.
Bij de woorden die Block als Woyzeck uitspreekt, gaat het om de muzikaliteit, niet alleen om de ratio. Zijn tekst schreef hij zelf en komt niet uit het beroemde toneelstuk van Georg Büchner. Buechner baseerde zich op de historische moordenaar Woyzeck, die in een geruchtmakende rechtszaak in 1824 toerekeningsvatbaar werd geacht. Voor hun waanopera is veel ontleend aan het rapport van de psychiater bij de zaak, vertelt Jennifer van der Hart (Silbersee): Woyzeck had last van hartritmestoringen en oorsuizingen. Die zetten we om in muziek en beelden. Block: Onze benadering is zintuiglijk. De muziek, de zang en de tekst zijn fysiek gericht. Het is theater voor de onderbuik.
Rond de centrale Woyzeck en Marie dartelen twee keer drie alter egos rond. Zij zijn waanpersonages, de stemmen in het hoofd van Woyzeck. Er zit een mate van luciditeit in waanzin, aldus Block, die de centrale Woyzeck speelt. Mensen in het beginstadium van schizofrenie hebben een inzicht dat zij die causaal en utilitair naar de werkelijkheid kijken missen. Wij laten zien dat Woyzeck details oppikt waar anderen aan voorbij lopen.
De alter egos krijgen hun eigen onderlinge relaties. De Marie van Van der Hart loopt aldoor breed glimlachend rond. Bischoff: Zij is de onschuldige Marie, de geidealiseerde vrouw. Woyzeck zou willen dat hij zo’n Marie had. Een andere Marie trekt haar Woyzeck voort als een hond. Bischoff: Dat is ook een beeld in zijn hoofd. Door die situatie kun je gaan begrijpen dat hij zijn Marie heeft gedood. Waar we op aansturen is een moreel conflict bij de toeschouwer: dat je bijna goedkeurt dat hij haar doodt. Het muzikale idioom van Woyzeck is rijk en gevarieerd: van percussie, gitaar, trompet, scratchen en beukende beats naar lieflijke liedjes en arias. De muziek is de motor van de voorstelling, zegt Bischoff. Ook die paar momenten van stilte zijn muziek. Block: Het streven is dat woorden, muziek en beweging een taal worden, waarbij we woorden bijna uitkotsten en de tonen door je heen zinderen. Zo groeit er een waanopera in de kapel. Block: Dit is geen keurig verhaaltje van een gezond iemand die langzaam gek wordt. Je valt er midden in. Waan en werkelijkheid schuiven door elkaar tot een hallucinatie. Het moet klotsen.
Ron Rijghard

De Volkskrant ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Het indrukwekkendst zijn de momenten waarop het ritualistische getrommel en geschreeuw van de mannen en de verleidelijke stemmen van de vrouwen perfect samenvallen. Het lijkt dan of de spelers bevangen zijn door een soort krankzinnige trance. Knap geregisseerd door Romain Bischoff.

Op het terrein van Psychiatrisch Centrum St. Willibrord in Heiloo heeft theaterfestival Karavaan zijn tenten opgeslagen. Afgelopen zondag werd het startschot gegeven. Trekpleister is de grote productie Woyzeck, een waanopera: een bijzondere samenwerking tussen de muziektheatergroepen Project Wildeman en Silbersee (dat tot voor kort Vocaallab heette).
Woyzeck is het bekendste, en onvoltooide, toneelstuk van Georg Buechner. Het is gebaseerd op een waargebeurde casus en gaat primair over de twijfelachtige toerekeningsvatbaarheid van de moordenaar Franz Woyzeck. Perfect toneelstuk om in een GGZ-instelling te spelen.
Ze doen dat nota bene in een prachtige kapel met gebrandschilderde ramen, die midden op het terrein van St. Willibrord staat. In deze hoge, galmende ruimte werken vier mannen en vier vrouwen zich in het zweet om in een reeks extreem fysieke scenes de waanzinnige binnenwereld van het geval Woyzeck te tonen.
Het verhaal zelf - arme sloeber vermoordt uit jaloezie en onder invloed van een immorele dokter zijn vriendin Marie - is hier bijzaak. De makers baseerden zich vooral op het bronmateriaal dat Buechner gebruikte: de psychiatrische rapporten over de echte Woyzeck. Daarin gaat het over zijn oorsuizingen, angstaanvallen en de stemmen in zijn hoofd. En dat is wat we te zien en te horen krijgen.
Op de speelvloer staan vier koppels, vier keer Woyzeck en Marie, die verschillende stadia van waanzinnigheid uitbeelden. Het ene stel is angstig, een ander gewelddadig. De Silbersee-vrouwen zijn klassiek geschoolde zangeressen. Ze zingen fragmenten uit werken van Berg, Schumann en een IJslandse traditional. Hun zuivere stemmen botsen hard met de oerkreten en woordsalvos van de behaarde, halfnaakte Wildemannen.
Het indrukwekkendst zijn de momenten waarop het ritualistische getrommel en geschreeuw van de mannen en de verleidelijke stemmen van de vrouwen perfect samenvallen.Het lijkt dan of de spelers bevangen zijn door een soort krankzinnige trance. Knap geregisseerd door Romain Bischoff.
Maar ook zijn er momenten waarop de instructie aan de spelers iets moet zijn geweest als: doe maar even lekker gek op dat podium. Dan wordt er ruw gesmeten met spullen en potgrond, doen ze neukbewegingen of ze imiteren een dier en blijkt dat het de makers soms ontbreekt aan een originele visie op het materiaal. Dat is zichtbaar in het genante slotnummer, waarin de hele groep, inclusief enkele toeschouwers, staan te dansen op Duitse housemuziek. Wel gek, maar niet goed.
Vincent Kouters

Theaterkrant.nl ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Aanvankelijk zijn de mannen nadrukkelijk aanwezig. Als beesten tonen ze hun grimassen, kijken vervaarlijk de zaal in en kreunen en stoten dierlijke geluiden uit. De vrouwen bewegen zich serener, als silhouetten tussen de rekwisieten. Niet dat ze zich gedeisd houden. In hun levensdrift willen ze dansen en bieden ze zich schaamteloos aan voor seks. Hoewel minder uitheinig zijn ze manifester dan de mannen. Hun hemelse en prachtige gezang met ontroerende akkoorden vult de hele overkoepelende kapel terwijl de kreten en Schweinerei van de mannen aards blijven.

Leeuwarder Courant / Dagblad van het Noorden ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Omringd door zijn eigen hallucinaties stevent Woyzeck op zijn noodlot af. De Silbersee-vrouwen zingen gierend en daverend. De Wildemannen brullen en hijgen als vanouds. De een na de andere grens wordt overschreden en ja, dat ontaardt in de dood. Akelig mooi.

Onheilsprofetieen en duisternis
Terschelling. Oerol roept bij theatermakers gelukzalige gevoelens op. Twee jonge groepen hebben vooral oog voor het duistere.
Een hartelijke ontvangst kan je het niet noemen, bij de voorstelling Circus van de honger van The Young Ones, een groep van twintig jonge komedianten uit Nederland en Oekraine. Ze hebben in een weiland een circustent opgeslagen. De directrice schreeuwt de bezoekers toe: You! In! en You! OUT! En dan word je ofwel naar de buitentribune gestuurd, ofwel de bloedhete tent ingeloodst, omringd door clowns die uit een horrorfilm lijken te zijn weggelopen.
Het circus is dolgedraaid. Wellust, geweld, slavernij en blinde woede maken de dienst uit. Je moet er het programmaboekje even bij pakken om de maalstroom van (prachtig vormgegeven) duisternis te duiden. Dan lees je – aha! – dat het circus voor het oude Europa staat. Het komt niet meer goed met het Avondland.
Nog somberder, maar minstens zo mooi vormgegeven, is de muziekvoorstelling Woyzeck – een waanopera, een samenwerking tussen de vier heren van het muziektheatergezelschap Project Wildeman en de vier dames van operagroep Silbersee. De Wildemannen stonden vorig jaar ook op Oerol, met een woest masculien schreeuw- en drumritueel. Dit keer komen ze met een meer verhalende productie.
De makers hebben het oude verhaal van Georg Buechner over een man die ten prooi valt aan de waanzin en zijn vriendin vermoordt, bewerkt: zij focussen op Woyzecks gekte. Omringd door zijn eigen hallucinaties stevent Woyzeck op zijn noodlot af. De Silbersee-vrouwen zingen gierend en daverend. De Wildemannen brullen en hijgen als vanouds. De een na de andere grens wordt overschreden en ja, dat ontaardt in de dood. Akelig mooi.
Kirsten van Santen

Telegraaf ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Hoewel er wel degelijk nog verwijzingen naar het oorspronkelijke stuk in terug zijn te vinden, zoals de bonen en de kinderwagen (al zijn die lastig te duiden wanneer je de oorsprong niet kent), heeft regisseur Romain Bischoff het verder eigenlijk volledig losgezongen van het verhaal. Hij zoomt in op de psychotische Woyzeck (Robin Block) die wordt geplaagd door stemmen in zijn hoofd en waanbeelden. Zijn vrouw Marie (een prachtige rol van Michaela Riener) probeert tot hem door te dringen, maar faalt. De voorstelling is eigenlijk een langgerekte psychose waarbij je als toeschouwer alle logica moet laten varen om er echt van te kunnen genieten. Laat je vooral meevoeren in de visueel mooi verbeelde wanen, de dynamische krachtmeting tussen de mannen van Project Wildeman en de vrouwen van Silbersee en de prachtig uitgevoerde muziek die alle kanten op schiet.

Vloeibare identiteit, reizigersidealisme en wanen


De NDSM-werf in Amsterdam Noord verandert in rap tempo. Na het faillissement van de scheepsgigant in 1984 verwerd het industriële gebied al snel tot een rauwe creatieve vrijplaats, maar inmiddels krijgt het terrein steeds meer een aangeharkt karakter.

    Bedrijven vestigen zich er, de zo karakteristieke kraan is verbouwd tot exclusief designhotel, de hellingen worden gerestaureerd om voortaan een veilig onderkomen te bieden aan de ateliers en er is zelfs betaald parkeren ingevoerd. Ook het Over het IJ Festival vond ruim twee decennia terug een onderkomen op de werf en leek er met bijzondere, vaak ongepolijste locatievoorstellingen helemaal op z’n plek. Er werd gespeeld op de hellingen, onder de kraan, in de fabriekshallen, op de pont en zelfs in de onderzeeër die er in de haven ligt. Het evenement waaierde ook steeds vaker uit naar buitenlocaties en gaf daarmee Amsterdam Noord een (ander) gezicht.

    Crowdfunding

    Maar terwijl het terrein nu zienderogen opgeknapt wordt, brokkelt het festival juist af. Door subsidievermindering moest er voor deze 22e editie zelfs via crowdfunding geld worden binnengeharkt om een programma in het festivalhart te kunnen realiseren.

    Van de gigantische fabriekshallen zijn er inmiddels al een aantal gesloopt, maar de gebouwen die er nog staan vormen voor theatermakers nog altijd een aantrekkelijk decor voor hun voorstellingen. In een ervan hebben Silbersee (ex-vocaallab) en Project Wildeman tijdelijk hun intrek genomen. Zij spelen er Woyzek, een waanopera, losjes gebaseerd op het laatste, nooit afgeschreven stuk van Georg Büchner dat hij baseerde op een waargebeurde moord van een doorgedraaide man op zijn echtgenote.

    Hoewel er wel degelijk nog verwijzingen naar het oorspronkelijke stuk in terug zijn te vinden, zoals de bonen en de kinderwagen (al zijn die lastig te duiden wanneer je de oorsprong niet kent), heeft regisseur Romain Bischoff het verder eigenlijk volledig losgezongen van het verhaal. Hij zoomt in op de psychotische Woyzeck (Robin Block) die wordt geplaagd door stemmen in zijn hoofd en waanbeelden. Zijn vrouw Marie (een prachtige rol van Michaela Riener) probeert tot hem door te dringen, maar faalt. De voorstelling is eigenlijk een langgerekte psychose waarbij je als toeschouwer alle logica moet laten varen om er echt van te kunnen genieten. Laat je vooral meevoeren in de visueel mooi verbeelde wanen, de dynamische krachtmeting tussen de mannen van Project Wildeman en de vrouwen van Silbersee en de prachtig uitgevoerde muziek die alle kanten op schiet.

    Ook kunstenaar Michiel Voet ontvangt het publiek van De onzichtbare man (Orkater) in een van de hallen. Hij begint te vertellen over een kunstproject dat ontstond na zijn ontmoeting met de illegale Algerijn Karim Ramtani. Maar wie is deze man, wiens identiteit vloeibaar lijkt, eigenlijk? Hij vertelt verhalen die men graag wil horen. Maar wat is de waarheid? En doet die er eigenlijk nog toe? Natuurlijk herken je in het tweede deel de acteur Mohammed Azaay (ook al wordt zijn naam nergens vermeld) die de rol van Karim speelt, maar dat doet niets af aan het bijzondere feit dat er hier een parallelle wereld wordt blootgelegd die zich vlak onder onze neus afspeelt, maar die voor de meesten van ons onzichtbaar blijft. Als voorstelling is De onzichtbare man misschien wat weinig dynamisch (hoe overtuigend Azaay zijn rol ook speelt), maar het stuk biedt wel flink wat stof tot nadenken.

wat stof tot nadenken.

    Karikaturaal

    Dat laatste doet zeker ook Een geschenk uit de hemel van Berg & Bos, al is de inhoud hier een stuk lichtvoetiger. Een bus brengt het publiek naar een stukje niemandsland dat het verre, exotische Aurelia moet voorstellen. Vier Nederlandse reizigers treffen elkaar per toeval in dit heemse oord, om vervolgens samen te klonteren, puur en alleen omdat ze landgenoten zijn. Op schertsende, karikaturale wijze worden de goede bedoelingen van westerse reizigers naar nietwesterse landen blootgelegd. De voorstelling zit barstensvol clichés over hoe wij tegen andere culturen aankijken en cheesy liedjes (die best aardig zijn, maar niet veel toevoegen). De betweterige waterbouwkundige Emiel, die in eerste instantie de meeste weerstand oproept, legt de vinger op de zere plek wanneer hij de hypocrisie van de idealistische Kyra doorprikt. Helaas werkt die scherpte niet de hele voorstelling door.
Esther Kleuver

NRC Handelsblad / NRC Next ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Het hoogtepunt [van het Over het IJ Festival] tot nu toe is de knotsgekke ‘waanopera’ Woyzeck van Project Wildeman: een woeste klankrevue van paranoia, neuroses, angsten en tics, die zeker niet alleen in de stad voorkomen, en van alle tijden zijn.

Theater over arbeiderswijk en Algerijnse illegaal

 

Van eilandnatuur naar ‘urban jungle’. Locatietheaterfestival Over het IJ bevindt zich in een transitieperiode. Was het een tijdlang vaak de volgende halte voor producties die op Oerol in première gingen; de nieuwe artistieke leiding zoekt meer eigen smoel. Over het IJ, op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord, is immers bij uitstek een stads festival – qua decor het tegenovergestelde van Oerol. Daarom wil het festival nu meer eigen producties brengen, die zich nadrukkelijker verhouden tot een stedelijke omgeving.

    Met Tuindorpvariaties is dat alvast grotendeels gelukt. Voor die lange (3 kilometer!) theatrale wandeling lieten jonge makers zich inspireren door de wijk Tuindorp Oostzaan – ooit een idealistisch sociaal huisvestingsproject, nu (deels) droevige achterstandswijk.

    In een leegstaand rijtjeshuis aan de Tweelingenhof duiken drie makers met Een stil leven in de geschiedenis. ‘Arbeidersvrouw, 1924’, staat op een bordje bij actrice Rianne Meboer. Zij zit op een stoel, gehuld in jarentwintigkledij, met wasbord en tobbe binnen handbereik. Sopraan Vera Alkemade bezingt haar lot met de Ophelia-liederen van Strauss. Liederen van wanhoop, want fraaie huisvestingsutopieën veranderden destijds maar weinig aan haar perspectief: zij bleef veroordeeld tot het huishouden.

    Dat de voorstelling zich afspeelt in een nieuwe woning, kaal gestript en vers gesausd, levert een treffend contrast. Een 19e-eeuwse vrouw in een 20ste-eeuws ideaal; haar vervreemding is voelbaar. Maar langzaam transformeert Meboer tot een eigenzinnige vrouw van nu. Zo biedt Een stil leven een slim kijkje in een andere tijd, stevig geworteld in Tuindorp toen en nu.

    Die relatie ontbreekt helaas volledig bij Objectofilia. Mimespeler Marjolein Roeleveld verklaart de liefde aan een pierenbadje, terwijl ze blootsvoets rondjes rent over de rand, of semi-erotisch in het enkelhoge water neerhurkt. Niets zegt deze voorstelling over stad, wijk of bewoners, en daardoor blijft Objectofilia loos, en zelfs een tikje potsierlijk. Waarom zou je op deze plek zulk hermetisch theater brengen?

    De makers van Het lijkt hier wel fucking Venetië kaarten dat dilemma nadrukkelijk aan. Sherwin Chaar bezingt in ronkende taal de kadebreuk die de wijk in 1960 onder water zette. Algauw wordt hij echter geïnterrumpeerd door twee stoere gasten, die het liever in hun eigen taal over hun leven willen hebben. De raps van Jeroen Bartelings en Sebastiaan van Loenen brengen een symbiose tussen kunst en straat, makers en maatschappij tot stand.

In de laatste ‘tuindorpvariatie’, een mini-rockopera, komen de verbeelding van kunst en de werkelijkheid van een achterstandswijk volmaakt samen. In een kerk aan de Kometensingel spelen schrijvers/performers Rineke Roosenboom en Iona Daniel met gitarist Timon Koomen het verhaal van de band ‘ZMOK-veteranen’; ontstaan op een school voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen. De bandleden hebben heel wat op hun kerfstok, blijkt uit hun muzikale biecht. Maar als aan het rijtje symptomen waaraan ze lijden ook ‘pathologische leugenaar’ wordt toegevoegd, wordt de scheiding tussen feit en fictie griezelig troebel.

    Verwarring zaaien over feit en fictie, dat doet ook Michiel Voet in De Onzichtbare Man – een andere belangrijke première op Over het IJ. Voet is kunstenaar en heeft zijn werkplaats op het NDSM-terrein. Hij vertelt het waargebeurde verhaal van de Algerijnse illegaal Karim Ramtani, die onderdak zocht in zijn atelier. Voet raakte geïnspireerd door diens ervaringen.

    Als daarna ‘Ramtani’ aan het woord komt, gespeeld door een acteur, kantelt het beeld. Wil Voet tragische verhalen, dan vertelt hij die toch? Die omkering is sterk en gewaagd – de illegaal is nu eens geen slachtoffer. Maar door de cynische tekst (Michael Bijnens) slaat de balans door naar de andere kant en overheerst het beeld van een leugenachtige opportunist. Een meer geraffineerde mengeling van charmant en achterbaks had de voorstelling spannender gemaakt.

    Met deze producties, die nergens anders hadden kunnen worden gemaakt, geeft Over het IJ een spannende actuele invulling aan zijn functie als stads locatietheaterfestival. Al was het hoogtepunt tot nu toe nog de knotsgekke ‘waanopera’ Woyzeck van Project Wildeman: een woeste klankrevue van paranoia, neuroses, angsten en tics, die zeker niet alleen in de stad voorkomen, en van alle tijden zijn.

Herien Wensink

Bachtrack.com ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Supported by thrilling techno beats, the four men of Project Wildeman and the four women of Silbersee enact a parody on modern partying. While their limbs jerk rhythmically up and down and flap from left to right, the distorted grimaces on their faces suggest their mechanical movements are a matter of life and death. Their exhausted panting emphasizes we’re dealing with true people here, though they act like machines. This final tour de force ends the delusional opera Woyzeck, leaving the audience aghast yet rapturous after witnessing one and a half hours of high energy dancing and singing: the applause is long and loud.

Over het IJ Festival presents high energy Woyzeck
Supported by thrilling techno beats, the four men of Project Wildeman and the four women of Silbersee enact a parody on modern partying. While their limbs jerk rhythmically up and down and flap from left to right, the distorted grimaces on their faces suggest their mechanical movements are a matter of life and death. Their exhausted panting emphasizes we’re dealing with true people here, though they act like machines. This final tour de force ends the delusional opera Woyzeck, leaving the audience aghast yet rapturous after witnessing one and a half hours of high energy dancing and singing: the applause is long and loud.
    The dilapidated hall of the former shipyard NDSM (Dutch Docking and Shipping Centre) in Amsterdam-Noord is ideally suited to this physical form of music theatre, the sheer energy of the performance evoking images of toiling labourers. The setting is one of the strong points of the Over het IJ festival: after having crossed the river IJ by (free) ferry, one enters a desolate world of red brick industrial buildings in different states of (dis)repair. The wharf went bankrupt in the early eighties and since then has been occupied by squatters and artists. The Over het IJ Festival was founded in 1993 and has retained its somewhat anarchistic atmosphere: far from the regular concert and theatre halls there’s room for experiment. The audience is refreshingly young and unconventional.
    Woyzeck, directed by former singer Romain Bischoff, is loosely based on the play Georg Büchner wrote in 1837 about a poor soldier who killed his wife Marie in 1821, and was beheaded three years later. This was the period of burgeoning psychiatry, and Woyzeck was analysed to suffer from delusions. This didn’t prevent his public execution, however. His sad case inspired many artists, among them the composer Alban Berg (opera Wozzeck, 1925) and film director Werner Herzog (Woyzeck, 1979). For this new production Silbersee and Project Wildeman based themselves not only on Büchner’s play, but also on the forensic reports of the various doctors that examined Woyzeck. They focus on Woyzeck’s delusions.
    A grandstand offers room to some hundred people, yet looks minute in the immense hall – by the pure size of the venue we are confronted with the insignificance of our daily preoccupations. When the play begins Woyzeck occupies a watchtower, looking at us through a spyglass: not only he, but also we ourselves are under surveillance. His wife Marie is preparing dinner – a scanty ration of uncooked peas - but when he finally descends and comes to table, Woyzeck gets lost in his daydreams. These take the form of three couples: a macho and his sexy lover in a tight bodysuit; a man in ballerina outfit and a prim woman in tartan skirt, and a man in military jacket accompanied by a woman in a rock and roll dress.
    They move about vehemently, provoking and subduing each other in wild macho and sex games, often creating pulsating rhythms with only the use of their breaths. Sometimes the women burst into song, now solo, then in enticing, lyrical polyphony. The rock and roll lady challenges the macho with rude trumpet calls that he responds to by barking like a dog on a mini trumpet; the military man plays guitar and sampler, while the ballerina man hits the strings of a broken piano soundboard. The actions and mimicry of the three delusional couples are the most colourful and varied, thrilling the audience with their manic outbursts.
    The main characters of Woyzeck and Marie remain a little nondescript. One would have wished for some more dramatic development, for by only zooming in on Woyzeck’s fantasies, his tragedy remains somewhat abstract, and his murder of Marie comes almost as a surprise. Yet the high voltage performance and apparent enthusiasm of Silbersee and Project Wildeman is awe-inspiring. 
Thea Derks

De Groene Amsterdammer ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

De galmen zijn doordringend, het op zichzelf kleine decor van losse elementen ligt er een beetje verloren bij, het toneellicht gaat op een spannende wijze het gevecht aan met het opkomend schemerduister. De muziek en de sirenenzang zijn betoverend prachtig. De opzwepend bedoelde lust-ritmes van de mannen zijn bij tijd en wijle zeer vermoeiend en een tikje veel van het waanwijze goeie. Maar als geheel is deze wilde waanopera Woyzeck een aanwinst voor het festival.

Silbersee en Wildeman op het Over het IJ 

Woyzeck
is een casus van een gek verklaarde eenling die zijn vriendin vermoordt en die een literaire held is geworden, de eerste gewone sterveling die als titelfiguur de toneelplankieren beklom in een toneelstuk dat overigens nooit is voltooid.

 

Nu is Woyzeck ook een opera. Voor de tweede keer alweer, want Alban Berg maakte het toneelstuk van Georg Büchner uit 1835 in de jaren twintig van de twintigste eeuw beroemd via zijn opera Wozzeck. Hier, in een van de grote hallen op het NDSM-complex, wordt een nieuwe opera rond de Woyzeck-figuur gespeeld, een muziektheaterstuk over zijn wanen, over zijn angsten en nachtmerries, een ‘waan-opera’ zeggen de makers van het stemmenlaboratorium Silbersee en het muziektheatergezelschap Wildeman.

 

De vier wilde mannen spelen, trompetteren, spreken en zingen in deze opera de vier gestalten van Woyzeck: de poëtische dromer, de woesteling, de in zichzelf gekeerde zonderling en de wanhopige, door verlatingsangst getergde man. De vier sirenen van Silbersee zingen en spelen de vier gestalten van vriendin Marie: het hoertje, de Maria-figuur, de circusdirectrice en de liefste en mooiste vrouw van de wereld. Oorspronkelijk werd deze voorstelling gemaakt voor de kapel van het vroegere gekkenhuis in Heiloo. Hier, op de NDSM-werf, is de ruimte spelonkiger, grootser, angstiger – zo stel ik me voor.

 

De galmen zijn doordringend, het op zichzelf kleine decor van losse elementen ligt er een beetje verloren bij, het toneellicht gaat op een spannende wijze het gevecht aan met het opkomend schemerduister. De muziek en de sirenenzang zijn betoverend prachtig. De opzwepend bedoelde lust-ritmes van de mannen zijn bij tijd en wijle zeer vermoeiend en een tikje veel van het waanwijze goeie. Maar als geheel is deze wilde waanopera Woyzeck – na Dantons dood tijdens de vorige editie van Over het IJ voor de tweede keer een voorstelling die het stempel van Georg Büchner draagt – een aanwinst voor het festival.

Loek Zonneveld

Trouw ( OVER Woyzeck / Een Waanopera )

Vier beestachtige mannen en vier verleidelijke, maniakale vrouwen creëren scènes waarin het stuk Woyzeck van Georg Büchner resoneert. Hard, rauw, wellustig en wreed grauwen en klauwen ze zich een weg langs overgave, macht, afhankelijkheid en hitsigheid. Het is muzikaal indrukwekkend door de eclectische combinatie van stijlen en door de geweldige zangers en percussionisten. Ook is Woyzeck visueel prikkelend door de sterke en confronterende (sadomasochistische) beelden en de performers die zich vol overgave pijnigen en uitputten.

Idealen in tijden van egoïsme

 

Als een versterkte nederzetting met twee grote poorten waardoor je naar binnen moet, zo staat het centrum van Over het IJ Festival op de NDSM Werf in Amsterdam-Noord. Een vooral vrolijke nederzetting, getuige de vele gezellige tafeltjes, loungeplekken en glaasjes rosé. In een glazen hokje zitten de callcentermedewerkers van Panorama Ring-Ring; zij verzorgen telefonische rondleidingen van curieuze locaties. Verderop geven de zingende schommels-voor-grote-mensen, WANNAPLAY?! getiteld, het geheel een sprookjesachtige sfeer.
 

Dit jaar heeft het festival de veranderende stad als thema. Hoe gaan we om met de steeds toenemende verstedelijking, zowel in praktische als ideologische zin?
 

De meeste theatermakers werken vrij concreet met deze vragen. Zoals in 'De Onzichtbare Man' van Orkater, over de sympathieke en ongrijpbare illegale vluchteling Karim Ramtani die jarenlang in zijn atelier woonde en de meest bizarre verhalen vertelde. Dit inspireerde kunstenaar en ontwerper Michiel Voet tot een reeks foto's en installaties waarin Ramtani - onherkenbaar want verstopt in meubelstukken of maskers - figureert. Fascinerend is de relatie van afhankelijkheid, wan- en vertrouwen die tussen de mannen opbloeit. In het tweede deel vertelt acteur Mohammed Azaay als Ramtani zijn verhaal, waaruit vooral blijkt dat hij een zelfstandig mens is die bewust zijn leven vormgeeft met zelfverzonnen verhalen. Azaay is een intelligent speler en de scherpzinnige tekst van Michael Bijnens geeft een verrassend perspectief op het leven van illegalen: niet iedereen is getraumatiseerd, op de vlucht of hongerig. Maar de sterk geconstrueerde tekst houdt het tweede deel ook netjes, theatraal. Pas echt spannend wordt het als er twee gemaskerde mannen de scène in komen. Is een van hen misschien Ramtani?
 

Over onbekenden en vluchtelingen gaat ook Rule TM van Emke Idema. Een spannend gezelschapsspel waar het hele publiek aan meedoet. Het publiek wordt door een voice-over gevraagd keuzes te maken. Stel: je bent alleen thuis en een onbekende man belt aan met de vraag of hij van je toilet gebruik mag maken, wat doe je? En wat als het een donkere man is? Wie niet snel genoeg kiest of in de minderheid is, wordt gediskwalificeerd. Zo dunt de groep steeds verder uit. De kwesties worden allengs grimmiger, je komt in de schoenen van een medewerker of tolk bij de immigratiedienst te staan. Welke keuzes maak je over de levens van anderen, waarom en hoe lang blijft die reden houdbaar? Rule TM confronteert je op een (schijnbaar) ludieke manier met je eigen hypocrisie en egoïsme. Een indringende ervaring, die helaas door de ongeschikte want sterk galmende ruimte soms wat aan kracht inboet.

 

Idealen in egoïstische tijden blijkt voor meer theatermakers een thema. Neem De Club 3.0, het verhaal van Stichting Nieuwe Helden over de doorontwikkeling van hun op de film 'Fight Club' gebaseerde voorstelling. In een zoektocht naar wat voor hun generatie (eind twintigers, begin dertigers) nou echt van belang is, volgen zij het adagium voelen-denken-doen. Voelen in de zin van vechten tot je tot een bepaald 'nulpunt' komt. Denken in de zin van het formuleren van persoonlijke kernwaarden. En doen: iets veroorzaken in de publieke ruimte en de grote systemen van binnenuit veranderen. Lucas de Man en Michael Bloos vertellen bevlogen, maar toch ontstaat er te weinig gevoel van saamhorigheid bij het door regen en voetbal schaarse publiek, waardoor de geheime eindopdracht ook niet echt binnenkomt.
 

Nog een voorstelling over idealen is Een geschenk uit de hemel van theatergroep Berg&Bos, waarin een viertal toeristen elkaar beter leert kennen in het paradijselijke maar onderontwikkelde land Aurelia. Twee jonge backpackers, Carlo en Kyra, ontmoeten de oudere Marga en Emiel. Het is een wat warrig verhaal waarin Kyra zich uiteindelijk vrijvecht en haar idealen achterna gaat. Het is echter vooral het personage van Marga, de slapeloze moeder die een ontroerend slaapliedje zingt voor haar verslaafde zoon, dat indruk maakt. Ook Martijn Nieuwerf als de zelfingenomen Emiel is een lust om naar te kijken. De liedjes, uitgevoerd door een goeroe met 'keytar', houden het midden tussen lief en lullig, met teksten als "Er zit iets in de lucht en er bloeit iets in mijn hart." Genoeg leuke momenten dus, maar te weinig gericht om echt te raken.
 

Een beetje vreemde eend in deze idealistisch georiënteerde bijt is Woyzeck - een waanopera, een voorstelling van het operagezelschap Silbersee (voorheen Vocaal Lab) en muziektheatergezelschap Project Wildeman. Vier beestachtige mannen en vier verleidelijke, maniakale vrouwen creëren scènes waarin het stuk Woyzeck van Georg Büchner resoneert. Hard, rauw, wellustig en wreed grauwen en klauwen ze zich een weg langs overgave, macht, afhankelijkheid en hitsigheid. Het is muzikaal indrukwekkend door de eclectische combinatie van stijlen en door de geweldige zangers en percussionisten. Ook is Woyzeck visueel prikkelend door de sterke en confronterende (sadomasochistische) beelden en de performers die zich vol overgave pijnigen en uitputten. Maar zoveel wreedheid en heftigheid achter elkaar werkt op een gegeven moment afstompend. Dan toch liever wat ongericht of naïef idealisme.
 

Over het IJ Festival duurt tot en met zondag. www.overhetij.nl

Sara van der Kooi

NRC Handelsblad ( OVER Gaudeamus Muziekweek )

Cantatrix Sopranica (2005) van Unsuk Chin, met in de hoofdrol de stemkunstenaars van Silbersee, is een achtdelige satire op het zangersbedrijf. Van grandioze operapersiflage tot mierzoete chinoiserie paart dit ijzersterke stuk muzikaal vernunft aan bezieling en karakter. Dat is niet moeilijk of onbegrijpelijk. Hiervoor ga je naar het theater.

 

Theaterkrant ( OVER Daral Shaga / circusopera )

"Wonderlijke eenheid tussen circus, opera en teksttheater."

Wat hebben circusartiesten en vluchtelingen met elkaar gemeen? Ze moeten kunnen klimmen, springen, vallen, weer opveren, elkaar vasthouden en weer loslaten, bereid zijn om de grootste risico’s te nemen. In de opera Daral Shaga van de Belgische componist Kris Defoort gebeurt dat allemaal, maar het heeft ook allemaal een dubbele of meer dan dubbele betekenis. Zelden zal circus, opera en teksttheater zo geïntegreerd zijn geweest.

Het begint bij een vuurkorf waarbij sjofele mensen zich staan te warmen. Het zijn vluchtelingen, misschien ergens in een woestijn. Een oude man en zijn dochter gaan op weg om te proberen over het hek te klimmen, op de vlucht voor het geweld in hun land. Ze weten allebei dat de vader het niet zal kunnen halen. Hij offert zich op zodat zijn dochter een beter leven zal hebben, aan de andere kant van het hek. Dat hek is tegelijkertijd een concreet hek, het hekwerk waarmee Europa zich lastige indringers van het lijf probeert te houden en een klimhek, waar acrobaten tegenaan klauteren, vanaf vallen, tegenop lopen.
 

Voor Daral Shaga heeft schrijver Laurent Gaude het Franstalige libretto geschreven, gebaseerd op zijn eigen gelijknamige roman. Kris Defoort heeft daar zeer subtiele muziek bij gecomponeerd, voor niet meer dan drie instrumenten: piano (Fabian Fiorini), cello (Lode Vercampt) en klarinet (Jean-Philippe Poncin). Het klinkt sober, maar vooral heel erg mooi. Nog mooier zijn de zangers, ook hier weer van Silbersee: Michaela Riener als de dochter, de Poolse tenor Maciej Straburzynski als een vluchteling en de Nederlandse bariton Tiemo Wang als de vader.
 

Naast hen zijn er nog vijf acrobaten actief van het circusgezelschap Feria Musica van Philippe de Coen, de eigenlijke initiatiefnemer van deze voorstelling, die uiteindelijk werd geregisseerd door Fabrice Murgia. Maar belangrijker dan al deze verschillende namen is de verwonderlijke eenheid die werd bereikt met zulke heel verschillende elementen.

Het toneel is meestal donker, figuren doemen op en worden vaak reuzengroot geprojecteerd op een gazen voordoek. Uiterst ontroerend is het als we vader en dochter aan weerszijden van het hek zien, heel dicht bij elkaar en gescheiden door een ijzeren grens. De vader heeft altijd gezegd dat je, wanneer je vlucht, alleen mee kan nemen wat je in je zakken kan dragen en hooguit in een tas, de rest moet je achterlaten. Nu is hij datgene wat zijn dochter moet achterlaten.
 

Bijzonder aan deze opera is dat alle verhalen geheel vanuit de vluchtelingen zelf worden verteld. Je ziet en hoort hoe wanhopig, maar ook hoe dapper ze zijn. Hoe hard ze soms moeten zijn tegen anderen en hoe vreselijk dat hen later kan opbreken. In het begin begrijp je nauwelijks hoe daarbij mensen in de diepte kunnen vallen en toch weer opveren. Pas later zie je hoe er schitterend gebruik wordt gemaakt van een trampoline, als een metafoor voor de veerkracht van deze mensen. Zoals kettingen waarlangs een acrobate omhoog klimt symbolen zijn van de problemen die zij moet overwinnen. En zoals perfect samenwerken tussen de artiesten noodzakelijk is, om niet in de diepte te verdwijnen.
 

Daral Shaga vertelt een concreet verhaal van twee vluchtelingen, maar ook het grote verhaal van de vluchtelingenstromen naar het rijke Westen. Het stemt droevig en hoopvol tegelijkertijd. Zolang kunstenaars bereid en in staat zijn op zo’n hoog niveau stem te geven aan vreemdelingen en vluchtelingen, kan hun lot toch niet geheel en al tevergeefs zijn, hoop je. Het heeft een unieke en weergaloze voorstelling opgeleverd, die u , als u u heel erg haast, woensdagavond 27 mei misschien nog in Rotterdam zou kunnen zien.

Theaterkrant ( OVER De Koningin Zonder Land )

"Onwerkelijk mooie muziek."

door Max Arian | gezien 25 mei 2015

Het is donker en rommelig op het toneel van het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam. Je wordt gewaarschuwd: trap niet op een van de vele lampjes. We worden in het duister van de ene tribune naar de andere gestuurd, maar dat is het waard. Er is op dat toneel een heel gestileerd landschap gecreëerd met lampen aan boomtakken, kleine platforms op houten staken en een echte, bewoonbare boomhut. Maar vooral klinkt daar mooie, enigszins onwerkelijke, Aziatisch aandoende muziek bij van Wim Henderickx, met vooral heel veel slagwerk (door Blindman), soms geluiden van rare voorwerpen en vooral ijle en warme mensenstemmen.

De gezongen teksten van De koningin zonder land zijn woordeloos, maar een stem vertelt over een meisje dat nog alleen maar in woorden bestaat, omdat zij alles heeft verloren. Ooit was zij een prinses, maar door een enorme vloedgolf verdween het koninkrijk van haar ouders, terwijl die in een koets waren weggevlucht en tijdens die tocht is zij onderweg geboren. We zien het geprojecteerde beeld van een zandkasteel dat eerst minutieus wordt opgebouwd en dan in één klap is weggespoeld. Er wordt woordeloos, althans onverstaanbaar, gezongen. Mooie, vergeestelijkte klanken. Dan horen we dat de vader is verdwenen, is hij gek geworden? Heel langzaam sterft ook de moeder. Het meisje blijft alleen achter, in haar blokhut die alleen op stelten door het water is te bereiken. Meer alleen kun je niet zijn.

Maar het is een sprookje en ergens heeft zij, toen zij als een roofvogel door de lucht zweefde, ooit een jongen gezien, en pas na lange tijd begrijpt zij dat die jongen ook op zoek is gegaan naar haar en nu vlakbij haar is gekomen. Zij hoeft alleen maar naast hem op het bed van haar ouders te gaan liggen en zich naar hem toe te draaien, want dan heeft zij de volgende morgen zo’n gelukkig gevoel als zij wakker wordt. Is dit een sprookje voor kinderen of toch eerder voor volwassenen? Ik vroeg het Lis (9 jaar), die naast mij zat. Zij vond het af en toe vreemd, maar ook heel leuk, mooi en soms spannend, vooral als de enorme drums keihard gaan onweren. Voor haar was de vertelling van dit prinsesje zonder land ook heel goed te begrijpen.

Het verhaal is inderdaad eigenlijk heel eenvoudig en herkenbaar. Een meisje verliest eerst haar vader en dan haar moeder. Maar zij vindt, als zij helemaal alleen is overgebleven, daarvoor een jongen terug. Dit gegeven is door Paul Verrept heel poëtisch verwoord en wordt door Marleen Scholten als verteller mooi verteld. Concept en regie zijn van Wouter Van Looy, de sfeervolle vormgeving is van Freija van Esbroeck en het is een productie van Muziektheater Transparant in samenwerking met vier zangers van Silbersee: Reut Rivka Shabi, Natascha Young, Els Mondelaers en Frank Wörner. Zij zingen de muziek van Wim Henderickx wonderschoon en maken het tot een heel bijzondere voorstelling.

©Theaterkrant 2015

Theaterkrant ( OVER Sneeuw )

"Een mooi maar droevig schilderijtje,"

door Evelyne Coussens | gezien 15 februari 2015

Inne Goris is een Vlaamse theatermaker die vaak wat onderbelicht blijft. Ten onrechte. Dat ze relatief weinig in the picture komt heeft deels te maken met de aard van haar werk, deels met de sector waarin zij gestart is.
Om te beginnen met dit laatste: na haar afstuderen aan de Toneelacademie Maastricht stroomt Goris midden in de jaren negentig van de vorige eeuw het veld in via het jeugdtheater, met voorstellingen bij het Brusselse Bronks en het Antwerpse Villanella. Het Vlaamse jeugdtheater is op dat moment aan een ontbolstering bezig die het (uit)eindelijk zal emanciperen van het betuttelende etiket kids only, maar de opmars is nog pril.


Daarnaast speelt het feit dat Goris’ werk moeilijk te categoriseren is. Haar theatertaal is allesbehalve hapklaar; ze balanceert tussen beeldend werk, muziektheater en danstheater. Goris werkte zelfs ooit als dramaturge bij Wim Vandekeybus’ gezelschap Ultima Vez.

Waar je wél steevast op kunt rekenen is de grondtoon van haar voorstellingen, of beter: de basiskleur. Een weinig hoopgevend palet van donkere schakeringen, vechtend tegen de grimmige verleiding om de hoop helemaal uit te bannen. Wrange en aangrijpende sprookjes zijn het, temidden van de voor de rest veelal zuurstokkleurige zoetigheid van het jeugdtheater. De producties die Goris het eerste decennium van het nieuwe millennium maakt met haar structuur Zeven (De dood en het meisje, La petite fille qui aimait trop les allumettes, Droesem en vooral het verkillende Naar Medeia) lijken stuk voor stuk doordrongen van een harde visie op de wereld én op het kind zelf, dat in sommige gevallen even wreed en meedogeloos is als de volwassene.

In 2009 verruimt Goris haar blik op velerlei gebieden, via de aansluiting bij het Gentse muziektheaterhuis LOD. ‘Al van toen ik met theater begon, typeerde men mijn voorstellingen als kamermuziek: een compositie van beweging, klank en beeld,’ zegt ze in een interview met De Standaard. Ze maakt bij LOD haar eerste voorstellingen voor het avondcircuit (Nachtevening, Muur, Hoog gras). De taal en het klare narratief – lange tijd onontbeerlijk geacht in het jeugdtheater – verliezen in haar werk terrein: het contact met beeldend kunstenaars (videast Kurt d’Haeseleer) en hedendaagse componisten (Dominique Pauwels) stuwt haar werk richting woordloze abstractie. LOD’s internationale contacten zorgen ervoor dat ze naar het buitenland kan springen: de installatie Droomtijd gaat in 2011 in première op het Manchester International Festival; een jaar later staat Hoog gras op het internationale Kunstenfestivaldesarts.

Sneeuw, een woordloze voorstelling voor vierplussers, volgt die uitgepuurde beeldende en muzikale lijn. Er is nog taal, maar die is tot abstractie gebracht: het is een associatieve klankentaal die er enkel op gericht is de muziek en de beelden te ondersteunen. In Sneeuw is het ‘verhaal’ verdwenen, of toch tot een minimum beperkt. Het enige narratief is dat van leven en dood – misschien wel het enige verhaal dat er écht toe doet, zelfs voor vierplussers.

Een Sneeuwmeisje (sopraan Natasha Young van Silbersee) zingt zichzelf tot leven bij het vallen van de eerste vlokken. Speels probeert ze de kristallen te tellen, ze volgt hun sierlijke dwarrelen, beproeft hun textuur en temperatuur, maakt kennis met hun ongrijpbaarheid. Even ongrijpbaar is ook zijzelf. Haar is een kort leven toebedeeld waarin ze eigenlijk maar één handeling stelt, maar wel een belangrijke: ze gaat op zoek naar een vriend. Na een wervelend hoogtepunt – of is het al een doodsstrijd? – moet ze smelten, al lijkt ze dat zelf niet goed te beseffen.
De dramaturgie wordt aangevoerd door de muziek van componist Thomas Smetryns, die bovenop een sfeerscheppende soundscape een setlist opbouwt waarin verschillende nummers (slaapliedje, rock, rap) zich aan elkaar rijgen. Gitarist Toon Callier, die als rode vos lichtvoetig door het sparrenbos trippelt, begeleidt Youngs soulvolle stem. Naast een concert is Sneeuw vooral ook een tableau, met dank aan het gestileerde decor van Ruimtevaarders en het lichtontwerp van maestro Mark Van Denesse. De combinatie van licht, klank, beweging en beeld overlaadt de zintuigen met een weelde aan synesthesieën: je hoort hoe wit de sneeuw is, je proeft hoe ze knisperend kraakt, je ziet de zijdeachtige textuur, je voelt de afstandelijke eenzaamheid van de materie. Want dat Sneeuwmeisje eenzaam is staat vast. Zelfs vriend Vos verlaat haar wanneer de lente aanbreekt, met de rode staart tussen de poten – omdat een beetje vos nu eenmaal het leven begrijpt.

Waar is het gevaar? Inne Goris’ voorstellingen bevatten altijd een risico, iets wat schuurt, iets wat tegenkleur geeft aan de – in dit geval – perfecte, witte wereld. Dat gevaar schuilt in de vergankelijkheid van dit Sneeuwmeisje; al in haar ontstaan ligt haar verdwijnen besloten. Alles rondom haar heeft weet van dat einde, behalve zijzelf. Dat maakt haar wezenlijk tot een tragisch personage. En van Sneeuw maakt het een intens mooi, maar droevig schilderijtje.

©Theaterkrant 2015

Theaterkrant.nl ( OVER Wij gaan op Berenjacht (4+) )

Het eindresultaat is een voorstelling die in de eerste plaats alles in zich heeft om de doelgroep voor het theater te winnen. Dat is al voldoende. Daarnaast zullen ouders en grootouders zich geen moment vervelen. Maar tegelijkertijd is deze Wij gaan op berenjacht een voorbeeld voor regisseurs, dramaturgen, componisten en decorontwerpers. Veel tekst is verder niet nodig: er zijn maar weinig welke-leeftijd-dan-ook-plus-voorstellingen waarbij echt alles klopt. Dit is er een van.

Door Henri Drost

Na de zoveelste ontbering zijn ze allemaal gewond. Daar zitten ze dan. De hond huilt, neemt stiekem een slok uit de heupfles, geef hem eens ongelijk. Maar nog altijd geen beer gevangen. ‘We zijn echt niet bang’ klinkt het droevig.

Dit jaar viert Theater Sonnevanck zijn 25-jarig bestaan. Die verjaardag valt samen met een kwart eeuw ‘berenjacht’ in Nederland. Precies 25 jaar geleden verscheen immers Michael Rosens prentenboek Wij gaan op berenjacht in de prachtvertaling van Ernst van Altena, vele malen herdrukt en door meerdere generaties omarmd. Waarom dan niet theater met juist dit klassieke prentenboek combineren?

Omdat er, eh, nogal wat beren op de weg liggen. Want hoe maak je een uur durende voorstelling van een prentenboek dat je in minder dan vijf minuten voorleest? Waarvan de tekst bovendien vooral uit herhalingen bestaat en er van handeling amper sprake is. Immers, alleen het landschap dat vader, zijn vier kinderen en de hond doorkruisen verandert. Goed, van de bravoure aan het begin is aan het eind weinig meer over, maar om nou te zeggen dat dit een ideaal uitgangspunt voor theater is, nou nee. Zeker niet als je besluit je vrijwel letterlijk aan de oorspronkelijke tekst te houden. Dit kan niet goed gaan.

Na een al hilarische workshop participatie door studenten van ArtEZ Muziektheater van een krap kwartier begint de voorstelling. Ogenschijnlijk zonder decor. Voor wat volgt louter superlatieven. Het is oersimpel en razend knap. De voorstelling mengt dans, zang, toneel en decor op zo’n inventieve en verrassende wijze dat de kleuters af en toe het participatielesje vergeten – niet omdat ze niet langer mee willen doen, maar omdat ze nu echt even goed willen kijken. Volwassenen denken op dat moment: ‘Was ik nog maar vijf!’

Jong en oud komen ogen en oren tekort. Voor het hoge gras dat opeens uit het witte vlak komt, met daarachter een ingenieus gecomponeerd ‘waar is wie’. Voor het hele speelvlak dat als modder aan de laarzen blijft plakken, gevolgd door weer een nieuwe muzikale variatie op ‘Wij gaan op berenjacht, we gaan een hele grote vangen. Wat een prachtige dag, wij zijn niet bang!’ En dan komt nog de rook van de sneeuwjacht, de spannende tocht door de grot en de vlucht naar huis met vervaarlijk gegrom en een visueel even prachtig als afwijkend slot. Aan elk detail is in deze productie gedacht, elk landschap is spannend én leuk. Aan het eind zien we daadwerkelijk een beer, maar meer verklappen is zonde.

De muziek van David Dramm schiet van rock naar madrigaal, van rap naar bijna mariachi, en daarmee voorziet Dramm keer op keer het refrein van nieuwe klankkleuren. De zangers van Silbersee (voorheen VocaalLAB) blijken in de regie van Flora Verbrugge bovendien uitstekend te kunnen acteren terwijl van huis uit danser Chérif Zaouali een ware acrobaat blijkt. En hij kan zingen ook. En zo is iedereen eigenlijk te roemen.

Het eindresultaat is een voorstelling die in de eerste plaats alles in zich heeft om de doelgroep voor het theater te winnen. Dat is al voldoende. Daarnaast zullen ouders en grootouders zich geen moment vervelen. Maar tegelijkertijd is deze Wij gaan op berenjacht een voorbeeld voor regisseurs, dramaturgen, componisten en decorontwerpers.

Veel tekst is verder niet nodig: er zijn maar weinig welke-leeftijd-dan-ook-plus-voorstellingen waarbij echt alles klopt. Dit is er een van.

Theaterkrant.nl ( OVER Gilgamesj. Superheld! (8+) )


Door Max Arian

Gilgamesj superheld! De titel van deze nieuwe muziektheaterproductie van Hollands Diep, bedoeld voor jong (8+) en oud, klinkt als je de voorstelling hebt gezien bijna ironisch. In de bewerking van het vierduizend jaar oude, Assyrische verhaal, door librettist Suzanne van Lohuizen, is het nauwelijks nog een heldenepos, eerder een relatiedrama over twee hartsvrienden die samen ten strijde trekken. De godin Isjtar is jaloers en eist in de vergadering van de goden de dood van een van hen. Enkidoe, de wildeman, moet van haar sterven om Gilgamesj, de koning die haar heeft afgewezen, te treffen. In deze bewerking is het verhaal niet uitgesproken actueel geworden, maar wel heel herkenbaar.

Na de dood van zijn strijdmakker gaat Gilgamesj weer op reis, op zoek naar de onsterfelijkheid, die hem steeds weer wordt onthouden. Ook hier speelt de verleidelijke Isjtar een boze rol. Verkleed als slang steelt zij de plant van de eeuwige jeugd van hem, terwijl hij slaapt. Dit is overigens niet de enige parallel met het Oude Testament, er is ook sprake van een zondvloed. Gilgamesj geeft ten slotte zijn zoektocht naar de onsterfelijkheid en de roem op. Hij reist terug naar Oeroek, zijn stad, en belooft dat hij voortaan niet meer zal strijden met de dood, maar zal leven, voor zijn stad.

In het prachtige Energiehuis in Dordrecht, een recent verbouwde elektriciteitscentrale, geeft Hollands Diep een energieke en grotendeels heel mooie muziektheatervoorstelling van deze Gilgamesj. De muziek is geschreven door Oene van Geel en Jasper le Clerq, de helft van het strijkkwartet Zapp4, dat de begeleiding voor zijn rekening neemt. Dat klinkt misschien saai, maar het is heel mooie en zeer gevarieerde strijkmuziek, die mij aan de moderne componist Alban Berg doet denken. Bovendien spreekt en zingt Oene van Geel zelf ook nog af en toe mee, of hij neemt de rol van een afschrikwekkend monster op zich. Jasper le Clerq begeleidt op zijn viool de schoolkinderen die in een workshop liedjes over vriendschap hebben gemaakt, die voorafgaand aan de voorstelling worden gezongen, zoals er ook vooraf een workshop kleitabletten maken is.

Regisseur en initiatiefnemer Cilia Hogerzeil, artistiek leider van Hollands Diep, hield het geheel goed bij elkaar en Romain Bischoff van het zangerscollectief Silbersee had – onzichtbaar – de muzikale leiding. Ronduit prachtig zijn de kostuums van Marjan van Geene, of ze nu van koninklijk zilver zijn, van zwart laken of van allerlei losse spullen. Het decor van Marije Mooren is zeer praktisch, het bestaat uit losse zetstukken die twee mensen door de ruimte kunnen bewegen. Sommige kinderen was het alleen niet sprookjesachtig genoeg. Beeldend kunstenaar Lies Hogerzeil leverde kleine keramische poppetjes die met elkaar de bevolking van de stad Oeroek vormen en die ook kunnen rouwen om de dood van een van de twee vrienden.

Jammergenoeg is de partituur voor de zangstemmen iets minder mooi dan de instrumentele muziek en enigszins taai. Dat ligt niet aan de drie zangers die de voorstelling dragen, die hebben alledrie prachtige, warme stemmen, ze acteren heel goed en ze bewegen met een enorme gratie. De Finse bariton Jussi Lehtipuu is een lenige, jongensachtige Gilgamesj, de Poolse bas/bariton Maciej Straburzyñski een ruige Enkidoe en alt/mezzo Carina Vinke een tegelijk wellustige en autoritaire Isjtar. De tekst is Nederlands en het is in dit geval grappig dat het licht Finse en Poolse accent van de mannen helemaal niet stoort bij deze stoere helden uit een ver verleden. Maar ik had deze uitstekende zangers graag wat meer levendige en aansprekende noten gegund.

http://www.theaterkrant.nl/recensie/gilgamesj-superheld-8/

Place de l' Opera ( OVER Gilgamesj. Superheld! (8+) )

Dordrecht profiteert alweer een groot aantal jaren van de combinatie van het Energiehuis en theatermaker Cilia Hogerzeil met haar Muziektheater Hollands Diep. Ook de nieuwe voorstelling, Gilgamesj.Superheld!, doet het uitstekend in de multifunctionele zaal in het Dordtse cultuurgebouw. Het oude heldenepos werd muziektheater voor jong en oud.


Volkskrant ( OVER Wij gaan op Berenjacht (4+) )

De herhaling zorgt voor een bezwerende en bedwelmende theaterkracht en vormt de pompende motor achter deze reislust-vol-passen-op-plaats om groeiende angst te bezweren. Een vader neemt zijn vier kinderen en een woelige hond op sleeptouw om een beer te vangen; bang voor builen en blauwe plekken zijn ze niet. Totdat de beer van zich laat horen. Moedig muziektheater naar een voorleesboek over moedig zijn.

Door: Annette Embrechts

'Ojee, modder, hele dikke vieze modder. We kunnen er niet bovenover, we kunnen er niet onderdoor. We moeten er wel dwars doorheen. Slikkerdeslik." Menig ouder zal grijnzen van herkenning. Wie heeft tenslotte niet de spannende kleuterklassieker We gaan op berenjacht (1989) van Helen Oxenbury en Michael Rosen voorgelezen aan zijn of haar kroost? Dit ritmische boek vol hindernissen roept echter niet direct een theatervoorstelling in gedachten. Wat doe je bijvoorbeeld met beer, baby en hond? En met het geploeter door modder, water, grot en sneeuwstorm? En vooral: wat kun je toevoegen aan het sterke origineel?

Heus, alle hindernissen uit Wij gaan op berenjacht ploppen tevoorschijn uit het handzame reisdecor van Wij gaan op berenjacht, de jubileumvoorstelling van Flora Verbrugge bij het 25-jarige Theater Sonnevanck in samenwerking met Silbersee (voorheen VocalLab). De grashelmen zijn ondergrondse groene vloerdelen, de rivier is een blauw golvend doek, de modder is klei en klittenband en de grot groeit uit een gordijn van brandwerend folie. Meer nog dan in deze ingenieuze decorvondsten schuilt de kracht van deze kleutervoorstelling in reislustig gezongen zinnen op composities van David Dramm. De herhaling zorgt voor een bezwerende en bedwelmende theaterkracht en vormt de pompende motor achter deze reislust-vol-passen-op-plaats om groeiende angst te bezweren. Een vader neemt zijn vier kinderen en een woelige hond (een grappige rol van danser Chérif Zaouali) op sleeptouw om een beer te vangen; bang voor builen en blauwe plekken zijn ze niet. Totdat de beer van zich laat horen. Moedig muziektheater naar een voorleesboek over moedig zijn. Alleen hoor je soms net te veel aan sommige dialogen dat er muzikanten aan het woord zijn.

Operamagazine.nl ( OVER Sarah's Passion )

Voor de confrontatie met de dood pakten ook Jeanita Vriens en Annemijn Bergkotte van het Ragazze Quartet hun instrument. Met magische fragiliteit zetten ze Pärts Stabat Mater in. Een sober tafereel – de gebroken Maria getroost door Johannes – doorbrak nu geen moment de concentratie. Zachtjes zongen de instrumentalisten mee met de professionele vocalisten, onder wie de nog niet genoemde mezzo Marine Fribourg, in een helende uiting van collectief verdriet. 
Deze vertolking van een dierbaar werk maakte voor mij persoonlijk de avond tot een kostbare ervaring.

 

Trouw ( OVER Sarah's Passion )

Vooral de durf van de zangers van Silbersee moet hier geprezen worden. Sopraan Katharine Dain plukt zonder enkele moeite de hoogste tonen uit de lucht, puur en zuiver. Het Ragazze Quartet, voor de gelegenheid teruggebracht tot een trio, is al even geconcentreerd bezig. Solène Beaudet tovert een mooi ‘Fratres’ uit haar cello.


Theaterkrant.nl ( OVER Dijkdrift )

In zijn tekst probeert Jibbe Willems ‘de religieuze vervoering van Monteverdi’s Mariavespers’ te koppelen ‘aan het hedendaagse gemis’. Hij is daar bijzonder goed in geslaagd. Want hij laat deze religieuze gezangen uit 1610 zingen door een afgesloten mannengemeenschap van akelige godsdienstfanaten, die zich ergens op een eiland van de wereld hebben afgesloten. […]

Deze interessante godsdienstkritiek is in een heel fraai jasje gestoken. Raaf Hekkema van blazersensemble Calefax heeft de wonderschone Mariavespers van Claudio Monteverdi als uitgangspunt genomen voor een eigen partituur[.] De muziek is afwisselend en genuanceerd, omdat de blazers van Calefax ook heel goed zingen en acteren, en de zangers van Silbersee niet alleen zingen en acteren maar ook muziekinstrumenten bespelen. Het geheel is bijzonder sfeervol en gedetailleerd geregisseerd door Annechien Koerselman en fraai vormgegeven door Dieuweke van Reij. […] In mijn ogen en oren een indrukwekkende, interessante, originele operaproductie. – Max Arian

 

 

De Volkskrant ( OVER Dijkdrift )

Dijkdrift is boeiend en heel oorspronkelijk muziektheater, waarin de verschillende disciplines bijzonder knap verweven zijn. Het zangerscollectief Silbersee speelt ook op instrumenten en de blazers van Calefax zingen net zo hard mee. De rituele muziek van Raaf Hekkema sluit schitterend aan op het libretto. […] De vormgeving, een beetje tussen Archeon en Game of Thrones in, is schitterend. De gestileerde regie van Annechien Koerselman brengt het verhaal nabij, maar zorgt ook dat de rauwe, schokkende taferelen niet al te hard aankomen. Dit van religieuze kenmerken doordrongen stuk is een satire, maar de ondertoon is er toch een van dringende ernst. – Frits van der Waa

 

Trouw ( OVER Dijkdrift )

Regisseur Annechien Koerselman zorgt ervoor dat Dijkdrift de toeschouwer opneemt en meezuigt in zijn eigen universum. De krachtige muziek van Hekkema wordt oorstrelend gespeeld door de musici van Silbersee en Calefax, die vrijwel allemaal zowel zingen als een instrument bespelen en vol overgave acteren. Dijkdrift is heerlijk meeslepend en gruwelijk locatietheater. – Sara van der Kooi

 

Trouw ( OVER DJ MOZ'ART )

"Mozart als moderne player, die in een dans de vrouwen als geschoten wild over zijn schouders hangt, maar ook van het pad afraakt als zijn depressie op z’n zwartst is. Die diepgang maakt van dit hybride dans- en muziekfeestje een topparty."

“Hallo, dit is Mozart Radio.” Op het toneel scratcht en samplet een DJ ‘hits’ van Mozart, twee sopranen en een danseres slingeren die als jingles de ether in. Presentator/Mozarts alter ego Abdelhadi Baadi: “Ik trek me niets aan van iemands lof of kritiek. Ik volg gewoon mijn eigen gevoel.” Het zouden woorden van een willekeurige Generatie Y-er kunnen zijn, maar het zijn die van Mozart, in de tweede helft van de achttiende eeuw uitgesproken.
    DJ Moz’ART is een geslaagde samenwerking van de hiphopdansgroep ISH van Marco Gerris en ‘huis voor innovatief muziektheater’ VOCAALLAB. Uitgangspunt is dat Mozart eigenlijk een klassieke DJ was, hij samplede, volgens de makers, ‘ook alles wat los of vast zat’. Een aansprekend gegeven dat door muzikaal leider Romain Bischoff ontzettend leuk en speels is uitgewerkt – Hans Liberg kan z’n koffers pakken.
    Een bont gezelschap is het: twee sopranen, een klassieke danseres, een breakdanser, een human beatboxer, een pianist en een cellist. Iedereen schakelt moeiteloos van muziekstuk (zoals uiteraard, Eine Kleine Nachtmusik) en aria naar ronkende house, live scratching, en vice versa. Alle stijlen lopen in elkaar over om elkaar als handschoen te passen, aangewakkerd door DJ Irie Weergang Bove, die als muzikale spil optreedt. Sylvie Merck is fantastisch in een aria uit de opera Idomeneo, omgetoverd tot een heuse dansclubkraker – inzenden naar het Songfestival en we winnen gegarandeerd. Laura Bohn is dolkomisch als zij als Koningin van de Nacht iedereen met haar hoge noten tot leven trilt, totdat ze haar als zombies aan stukken dreigen te scheuren.
    Dramaturgen Arnout Lems en Wout van Tongeren zijn erin geslaagd een zowel muzikaal als theatraal umfeld te creëren, met al die losse scènes ook een beetje volgens het sampleprincipe, waarin de disciplines – ballet, streetdance; klassiek, of van de draaitafel – elkaar uitdagen en zij aan zij komen te staan. Soms is de timing slordig, maar gedurende de uitgebreide tournee komt dat ongetwijfeld goed. Rode draad zijn fragmenten uit Mozarts brieven aan geliefde Constanza, die ons de twee kanten van Mozarts genie leren kennen: de muzikale megalomaan én de twijfelkont die naar erkenning en liefde hunkert. We zien Abdelhadi Baadi (wat een entertainer!) moeiteloos van grappig naar gevoelig schakelen. Mozart als moderne player, die in een dans de vrouwen als geschoten wild over zijn schouders hangt, maar ook van het pad afraakt als zijn depressie op z’n zwartst is. Die diepgang maakt van dit hybride dans- en muziekfeestje een topparty.
Sander Hiskemuller

Weblog Concertzender Nieuwe Muziek - Peter van Amstel ( OVER GAUDEAMUS MUZIEKWEEK 2012 )

Heuer hield het vol, en de luisteraars ook mede dankzij het ongelooflijk strak zingende VOCAALLAB en het strijkersensemble.

[...] Zware kost van Konstantin Heuer, hij is 23 jaar en dingt mee naar de Gaudeamus Prijs. Heuer schreef een stuk voor stemmen en strijkorkest op tekst van de dode Duitse schrijver Godfried Benn (1986-1956), theoloog, arts en dichter, en expressionist tot in de kist. In zijn twaalfdelige gedichtencyclus Alaska waren apen rond en naakte heidenen, zij vieren de mysterieuze oerkracht van de natuur. Er wordt geneukt, er vloeit bloed. Twintig minuten lang liet de piepjonge componist het fragment duren, is dat wel vol te houden? Heuer rolde een tapijt van dissonanten uit, spelend met kleine intervallen waardoor akkoorden gingen klinken als klankleuren. Hij liet de zangers en zangeressen van VOCAALLAB trage, trage, trage zinnen zeggen, verwees dan weer knap naar operarecitatief of Bach-koraal. Liet spaarzaam elektronische tonen meezingen, vervormde nu en dan een stem een beetje. Ritmisch gescandeerde afgebeten lettergrepen wisselde hij af met een hemelhoge sopraanstem tegen ijzige strijkers. Die bijna ononderbroken strijkersklanken maakten van het stuk een geheel. Dus ja, Heuer hield het vol, en de luisteraars ook mede dankzij het ongelooflijk strak zingende VOCAALLAB en het strijkersensemble. [...]

Operamagazine - Francois van den Anker ( OVER LIJFMOTETTEN )

[...] Er werd in Lijfmotetten fantastisch gezongen door de zangers van VOCAALLAB, die veel te doen hadden onder lastige omstandigheden. Dat de muziek van Bach desondanks zo fier overeind bleef, is echt bijzonder.

[...] Er werd in Lijfmotetten fantastisch gezongen door de zangers van VOCAALLAB, die veel te doen hadden onder lastige omstandigheden. Dat de muziek van Bach desondanks zo fier overeind bleef – versterkt en zonder ook maar iets dat leek op een traditionele kooropstelling – is echt bijzonder.
[...] Ondanks de kanttekeningen zag ik een voorstelling die raakte, die diepe inhoud combineert met grijpbare abstractie en esthetiek. Met liefde en zorgvuldigheid geschreven en gemaakt.

de Volkskrant ( OVER LES ANGES )

Uit de regie van Arnout Lems, zelf leverancier van gevoelvolle baritonpartijen, spreekt een hartveroverend evenwicht, en de vocale kwaliteiten van het ensemble zijn zonder meer imponerend.

[...] In de theatrale productie Les Anges legden vier zangers van VOCAALLAB een onverwachte geestverwantschap bloot tussen drie heel verschillende componisten door werk van Xenakis en Satie te incorporeren in een sobere enscenering van Song Books van John Cage. De zangeressen namen zelf de pianopartijen voor hun rekening. Uit de regie van Arnout Lems, zelf leverancier van gevoelvolle baritonpartijen, spreekt een hartveroverend evenwicht, en de vocale kwaliteiten van het ensemble zijn zonder meer imponerend.
In À Hélène van Xenakis werd de scheidslijn tussen live en elektronisch weergegeven stemmen afgetast. De vrolijke anarchie van Cage bood plaats aan het stukhakken van een komkommer, maar ook aan een vertolking van 4'33", het roemruchte stuk waarin de musici er het zwijgen toe doen zodat het publiek alle overige geluiden kan beluisteren - waaronder die van enkele bezoekers die de zaal verlieten. [...]
 

De Volkskrant ( OVER MONTEVERDISH 2011 )

MonteverdISH is een zinderende ontdekkingstocht naar een kruisbestuiving tussen de verfijnde zeventiende-eeuwse barok van Monteverdi en een gescratchte remake ervan met dubstep en hiphop.

MonteverdISH door ISH en VOCAALLAB
De Meervaart, Amsterdam. Tournee t/m 9/12. balls.nl

Je voelt je in het hol van de leeuw. In de zaal zitten oudere operaliefhebbers naast opgeschoten jongeren. Afwachtend en enigszins argwanend. De eerste smeken om stilte, de tweede reageren luidruchtig. Op het podium gonst het van spanning van eenzelfde onverwachte ontmoeting tussen twee diametraal verschillende werelden: breakdansers, drummers en samplers staan in MonteverdISH naast operazangers en bespelers van oude muziekinstrumenten.

Het zou een clash kunnen worden of een opgelegd rendezvous. Maar het wordt een zinderende ontdekkingstocht naar een kruisbestuiving tussen de verfijnde zeventiende-eeuwse barok van Monteverdi en een gescratchte remake ervan met dubstep en hiphop. MonteverdISH zwenkt van duetten tussen dansende sopranen en breakdansende rappers naar rockende muzikanten op cello, viool en theorbe en verstilde echo’s van stevige baritonzang. Af en toe vliegt de voorstelling hartstochtelijk uit de bocht. Maar overal is de bite van de leeuw voelbaar: beide kampen willen kempen. Ze doen niet voor elkaar onder,hebben respect voor elkaar maar – gelukkig – geen ontzag. En ze vreten elkaar op, in de goede zin van het woord.

Na Shakespeare (in StormISH) en de Griekse mythologie (in HerculISH) onderzoekt de breakdance- en hiphopformatie ISH van Marco Gerris nu een samenwerking met opera. In het avontuurlijk ingestelde VOCAALLAB van Romain Bischoff en Arnout Lems vindt hij een ideale sparringpartner. Componist Perquisite (Pieter Perquin van Pete Philly & Perquisite) schreef een fascinerende bewerking van delen van Monteverdi’s opera l’Incoronazione di Poppea voor barokbezetting, aangevuld met drum en scratch. Hij durft met broos getokkel op de theorbe te beginnen om door te schieten naar ruige slagakkoorden op cello en viool. Voor een goed begrip van het verhaal is het handig wetenschap te hebben van de vier centrale karakters uit de voorstelling: de machtsmisbruikende keizer Nero (vol machismo en opvallend genoeg gezongen door een vrouw), zijn machtswellustige maîtresse Poppea (type geraffineerd blondje), de wijsgerige senator Seneca (die zijn advies met de dood moet bekopen) en de vernederde soldaat Otto (Poppea’s verloofde). Alle vier krijgen ze een alterego in de vorm van een breakdanser. Zij geven met headspins, windmills en handstanden energiek vorm aan innerlijke angsten, hartstochten en zorgen.

Er wordt zonder boventiteling gezongen in Italiaans, Engels en Nederlands (met Osdorpse rap). Details uit het verhaal – over machtige mannen die sexappeal verkiezen boven wijsheid (denk aan Berlusconi) – raken weliswaar volledig verloren maar krijgen een alternatief in de opwekkende, bruisende energie waarmee deze grimmige boodschap over machtsmisbruik de zaal in wordt gegromd.

Annette Embrechts
 

Rue du Theatre ( OVER DE GEHANGENEN )

Autant par les voix splendides des VOCAALLAB […] concourt à faire de ce spectacle un des plus magistraux du duo concepteur Kuijken-De Pauw, celui-ci signant la mise en scène. Admirable.


Trouw ( OVER EEN ORESTEIA )

De zangers van VOCAALLAB krijgen een pluim voor de spankracht in hun stemmen tijdens hun -Een Oresteia-.
Frederike Berntsen in Trouw

Een veeg, een iets luidere veeg, een piepende echo, scheurend koper: de geluiden van de toekomst -tenminste, volgens Yoshiaki Onishi. Hij componeerde met het geld van de Gaudeamus Prijs die hij in 2011 won, het eerste deel van 'Tramespace: diptych for large ensemble'.
Slim stuk van Onishi (1981), vernuft met een kop en een staart. En dat exotische begin, spookslotachtig ook, had nog best wat langer mogen duren. 'Tramespace' werd met verbeeldingskracht uitgevoerd door het Asko|Schönberg onder leidingt van Clark Rundell tijdens het openingsconcert van de internationale Gaudeamus Muziekweek. Op dit festival krijgen componisten in spe een duwtje in de rug.
Want wat is het geheim van de juiste noot? Bestaat die? Dertien beloftevolle notenschrijvers onder de dertig zijn dit jaar genomineerd voor de Gaudeamus Prijs. Een kanshebber is Germán Alonso (1984), die 'So f**king easy' afleverde. Niet lang, dit werk, maar voor de luisteraar verre van easy om de drammerige basklarinet en vlugge pizzicato's van de contrabas te duiden.
Voor het derde jaar vindt de Muziekweek plaats op verschillende locaties in Utrecht, met Museum Speelklok als festivalhart. Roque Rivas (1975) uit Chili liet de muren van de Geertekerk trillen, de pilaren onder het sierlijke orgel incluis. Spanning en sensatie in zijn 'Assemblage', een verkapt zestien minuten durend pianoconcert met Pauline Post achter de vleugel. Virtuoos. Rivas zat aan de knoppen om live opgenomen materiaal te mengen met wat zich op het podium afspeelde en bouwde zo mee aan een volwassen klanklichaam.
Ook een van de juryleden liet zich horen: Annelies van Parys. Het is dat de uitvoeringen deze week niet met een prijs beloond worden, anders hadden de zangeressen van VOCAALLAB een pluim gekregen voor de spankracht in hun stemmen tijdens hun 'Een Oresteia'.
Frederike Berntsen
Gaudeamus Muziekweek t/m 8 september in Utrecht. muziekweek.nl

Le Soir ( OVER DE GEHANGENEN )

Une claire polyphonie parfois modale entrelace les belles voix venues du VOCAALLAB.


Mundo Clásico ( OVER CIRQUE VOCAL - Ljubljana | Madrid )

An authentic spectacle with compound music in the last 35 years!
I must confess that the penumbra harnessed the prolonged silence of what we saw and listened to: all this joint of movements and illumination was very intelligently devised by the one in charge of the spectacle: Bärbel Kühn.
…indeed they had left an excellent impression. [...] The quality offered was optimal. Excellent!

An authentic spectacle with compound music in the last 35 years!
I must confess that the penumbra harnessed the prolonged silence of what we saw and listened to: all this joint of movements and illumination was very intelligently devised by the one in charge of the spectacle: Bärbel Kühn.
…indeed they had left an excellent impression. [...] The quality offered was optimal. Excellent!

Trouw ( OVER B'BOYING ON BACH )

Een fris en spetterend slot vormde een optreden van VOCAALLAB met crossover dansgroep ISH, met spectaculaire dansimprovisaties.


NRC Handelsblad ( OVER MACHINATIONS - Georges Aperghis )

De zangeressen van VOCAALLAB leveren een fenomenale prestatie in hun virtuoze, tongbrekende partijen, die vaak razendsnel op elkaar inhaken.

Uit Wolken van rrrr- en ssss- klanken ontstaat een taal


Door Jochem Valkenburg

Dadaïst Kurt Schwitters schreef begin vorige eeuw de ‘Ursonate’: een muziekstuk voor een vocale solist dat volledig is opgebouwd met overwegend betekenisloze oerklanken. Machinations (2000), een opera van de Frans/Griekse componist Georges Aperghis, lijkt het 21ste-eeuwse antwoord op dat werk. De opera is vanavond nog te zien in de enscenering die eerder dit jaar op de Operadagen Rotterdam stond, en nu als ‘gastprogrammering’ van muziekfestival November Music op theaterfestival Boulevard in Den Bosch speelt.

Aperghis’ ‘oer’-opera is in tegenstelling tot Schwitters’ ‘oer’-sonate uiterst dramatisch en beklemmend. Hier staat niet één vocalist maar vier zangeressen, opgesteld rondom het publiek, dat gaandeweg de taal ontdekt vanuit wolken van rrr- en sss-klanken, half afgemaakte woorden en haperende zinnen. Hun geluid wordt live gemanipuleerd door een klankregisseur die, midden in het publiek, ook onderdeel van de voorstelling is. De voortdurende beweging en vervorming van het geluid is afwisselend welluidend, schizofreen en hypnotiserend, en bovenal steeds intrigerend.

‘Onderwerp’ van de voorstelling lijkt de klassieke confrontatie tussen mens en machine. Dat wordt onderstreept in de videoprojecties die buizen, moeren en kranen vertonen en in de tekst, die gaandeweg concreter en verstaanbaarder wordt. Als de tekst over automatische poppen lijkt te gaan, bewegen vier danseressen zich als marionetten door het publiek. De confrontatie vindt even een dramatisch hoogtepunt als de zangeressen en de danseressen zich dreigend rond de eenzame maar oppermachtige laptop-‘nerd’ in het midden opstellen. Dat moment waait over, en de voorstelling heeft verder ook geen hapklare ontknoping.

De zangeressen van VocaalLAB leveren een fenomenale prestatie in hun virtuoze, tongbrekende partijen, die vaak razendsnel op elkaar inhaken. De danseressen blijken een meesterlijke toevoeging van de regie: ze zuigen het publiek de voorstelling in.

Klankmanipulator Wouter Snoei, die onlangs een uitstekende cd met elektronische muziek afleverde, is achter de laptop het levende bewijs dat de tweemaal geprojecteerde vraag ‘kunnen machines denken?’ vooralsnog ontkennend moet worden beantwoord.
 

Opernwelt ( OVER COLOURFUL PENIS - Maria de Alvear )

Ungemein farbenreich setzt sie das sechsköpfige Instrumentalensemble KlangArt Berlin und die Darsteller des ausgezeichneten niederländischen Ensembles VocaalLAB ein.

Colourful Penis, Uraufführung, Opernereignisstudie, Festspielhaus Dresden Hellerau,
22.Tage der zeitgenössischen Musik, Di. 30. Oktober 2008

Mit ihrer Ansicht über die wahren Antriebsgründe menschlicher Entscheidungen hält Maria de Alvear nicht hinterm Berg: Ist schon der Titel ihrer neuen Kammeroper "Colourful Penis" einigermaßen explizit, wird die Spanierin im Beiheft der Uraufführung bei den Dresdner Tagen für zeitgenössische Musik noch deutlicher: Die Sexualität, schreibt sie, sei der mehr oder weniger bewusste Anknüpfungspunkt zwischen der linearen Gedankenwelt und dem im Jetzt lebenden Körper - sprich: die Schaltstelle, die Empfindungen und Gefühle in Entschlüsse umwandelt. Und um nichts anderes als solch einen Entschlussaugenblick geht es in Alvears knapp einstündiger "Opernereignisstudie": Ein Soldat trifft im Wald auf eine Bärin und legt sein Gewehr an. Wird er das Tier erschießen? Eine Sekundenentscheidung, die Alvear virtuos von der Vertikalen auf die horizontale Zeitachse eines musikdramatischen Handlungsverlaufs spiegelt: All die Ahnungen, Erinnerungen und erotischen Assoziationen, die in Wirklichkeit gleichzeitig auf verschiedenen Bewusstseinsebenen aktiviert werden, fügt sie als Episoden locker aneinander, lässt die wunderlichen Gestalten des Unterbewusstseins mal ganz konkret, mal nur schemenhaft Gestalt annehmen. Wie ein spukhafter Reigen tanzen kauzige Wichte, lasziv herausgeputzte Frauen um den Soldaten (mit schmerzensreichem Bassbariton: Romain Bischoff), ballen sich zu orgiastisch verschlungenen Fleischhaufen, lösen sich im helltönenden Nichts hochfrequenter Klangsignale ä la Stockhausen auf, bis die sanft pulsierenden Rhythmen, die diese Hirnkammer-Revue zusammenhalten, schließlich an Dringlichkeit gewinnen und die Entscheidung herbeizwingen.

Dass hier von einem eigentlichen Handlungsfaden keine Rede sein kann, stört nicht. Ganz im Gegenteil: Angesichts der Unzahl an Literatur- und Geschichtsstoffen zeitgenössischer Opern, bei denen die Musik allzu oft zur Illustration verkommt, wirkt Alvears Stück wie eine erfrischende Erinnerung daran, dass Musik auf dem Theater auch ganz andere Freiräume eröffnen kann: Ihre Stärke liegt eben darin, die Komplexität der menschlichen Psyche fühlbar zu machen, statt platte Ursache-Wirkungsketten aufzubauen.

Auch der Sex, um den es der Spanierin geht, tritt nicht als szenische Pornografie, sondern als reine Klangsinnlichkeit in Erscheinung: Ungemein farbenreich setzt sie das sechsköpfige Instrumentalensemble KlangArt Berlin und die Darsteller des ausgezeichneten niederländischen Ensembles VocaalLAB ein, umspielt die kantablen Gesangslinien immer wieder mit verführerischem Diskantgeglitzer und raunenden Tönen von Hörn und Tuba, webt eine dichte Partitur, als ob sich hinter den sichtbaren Episoden noch eine unendliche Vielzahl anderer, kaum merklicher Beweg­gründe verbergen würde.

Ein faszinierendes Stück, das im Festspielhaus Hellerau auch szenisch eine maßstäbliche Umsetzung findet: Hunderte loser, zerfaserter Tauenden lassen Anna Malunat (Regie) und Jan Kattein (Bühne) von der Decke des Saals auf die locker im Raum verteilten Zuschauer und Akteure herunterhängen. Nur in der Mitte verknäulen sie sich um den Soldaten, der kokonartig eingesponnen am Boden liegt. Sind es Lianen oder Nerven? Ist dieser Raum ein Wald oder ein Hirn? In jedem Fall schafft er eine Umgebung, die wunderbar zur Vieldeutigkeit dieses Spiels über Sinn und Sinnlichkeit passt. Parallel zur fortschreitenden Selbsterkenntnis wird sich das Dickicht lang­sam lichten, bis volle Klarheit herrscht. Man will nur hoffen, dass der Sex nicht drunter leidet.
Jörg Königsdorf

De Standaard ( OVER EEN ORESTEIA )

Met Asko|Schönberg als ensemble en de uitmuntende zangers van VOCAALLAB was de uitvoering van Een Oresteia overweldigend.

Met Asko|Schönberg als ensemble en de uitmuntende zangers van VOCAALLAB was de uitvoering van Een Oresteia overweldigend.
Door: Maarten Beirens

DNN ( OVER COLOURFUL PENIS - Maria de Alvear )

Dazu huschen die Sänger (phänomenal singend, tanzend, springend: VocaalLAB Nederland) als Minichor oder als Individuen durch die Stuhlreihen, verfangen sich im Gelände.

Dazu huschen die Sänger (phänomenal singend, tanzend, springend: VocaalLAB Nederland) als Minichor oder als Individuen durch die Stuhlreihen, verfangen sich im Gelände.

AD De Dordtenaar ( OVER LEGE WIEG / BOS BESIK )

Oh's muziek komt onder Romain Bischoff fascinerend tot klinken. De zang- en acteerprestaties van Jennifer van der Hart en Caroline Cartens zijn formidabel; ook Gunnar Brandt-Sigurdsson, Arnout Lems en Ekaterina Levental maken indruk. 

De strijd voor een ongewenste, onmogelijke liefde

DORDRECHT - Bos Besik (Lege Wieg), muziekdrama naar een Turks volksverhaal van de Koreaanse componiste Seung-Ah Oh en de dichteres Anne Vegter, is een verzetsopera. Fadime, een meisje uit een bergdorp, vecht voor de erkenning van haar liefde voor Nomad, telg van een aanzienlijke familie. En betaalt daarvoor een noodlottige prijs: haar kind, bekroning van die ongewenste liefde, wordt haar, wanneer zeven jaar zijn verstreken, door een macabere geestverschijning, de Derman, ontnomen.

Een verhaal dat een beklemmende, ontroerende uitwerking krijgt. Oh’s muziek komt onder Romain Bischoff, dirigerend vanuit het publiek, fascinerend tot klinken. De zangpartijen, veelal in reciteerstijl, zijn fraai ingebed in het spel, hoog in de hal, van het zeskoppige orkest. En de scenische mogelijkheden van het ketelhuis aan de Noordendijk zijn in Cilia Hogerzijls regie optimaal benut. Zoals de hallucinerende lichteffecten tegen het slot.

De zang- en acteerprestaties van Jennifer Claire van der Hart (Fadime) en Caroline Cartens, als haar alter ego, zijn formidabel. Ook Gunnar Brandt-Sigurdsson (Nomad), Arnout Lens (Derman) en Jet van Helbergen maken indruk. Al even overtuigend is het optreden van het door Turkse en Nederlandse zangeressen gevormde koor, dat de families van het liefdespaar vertegenwoordigt.

Nurhan Uyar, die ook tekende voor de keuze van de prachtige Turkse liederen die in het drama zijn ingevlochten, zingt de partij van de klaagvrouw. En Nomads hooghartige moeder, die de traditie en het vooroordeel verzinnebeeldt, is een kapitale rol van de mezzo Ekaterina Levental. Bos Besik: een nieuwe parel in de ketting van spraakmakende producties van Hollands Diep.

Ger van der Tang


 

De Volkskrant ( OVER DIAMANTEN )

Met zijn unieke focus op de zang levert het zeven jaar oude VOCAALLAB een bijzondere bijdrage aan het panopticum van de nieuwe muziek.

Iriserende klankwaaiers
Drie Jonge Ensembles, 31 januari 2010, Muziekgebouw aan 't IJ

[...] Het sluitstuk, Diamanten van VocaalLAB, heeft ook zijn hermetische kanten, maar is toch absorberend muziektheater. Vier zingende vrouwen dolen als heldinnen uit een Griekse tragedie over het podium in een muzikale ritus die bestaat uit een mozaïek van solo’s, duetten en kwartetten van zeven componisten. Het is een babylonische en onbegrijpelijke voorstelling met een onverwacht einde. En met zijn unieke focus op de zang levert het zeven jaar oude VocaalLAB een bijzondere bijdrage aan het panopticum van de nieuwe muziek.

Frits van der Waa

Het Parool ( OVER THE CRICKET RECOVERS )

De zangers van VOCAALLAB zingen prima, de mooi naïef vertolkte krekel van Bauwien van der Meer heeft een betoverende lading.


De Morgen ( OVER DE GEHANGENEN )

De zang en muziek zijn van bijzonder hoog kippenvelniveau.


NRC Handelsblad ( OVER EEN ORESTEIA )

De uitvoering is voortreffelijk, met onder meer de hoog falsetterende baritons Tiemo Wang en Romain Bischoff en slagwerker Joey Marijs, die zorgt voor opzwepende precisie.

Vrouw krijgt stem in Oresteia

Een Oresteia door Muziektheater Transparant en o.a. Asko|Schönberg o.l.v. Alejo Pérez. Gehoord 18 februari 2011 in Concertgebouw Brugge.


Door: Jochem Valkenburg
“Alles wat Xenakis niet wilde in zijn Oresteia.” In het programmaboek wordt ondubbelzinnig gezegd wat Muziektheater Transparant doet met Iannis Xenakis’ muziektheaterwerk uit 1966, naar de beroemde tragedie van Aischylos.

Xenakis staat sterk in de belangstelling omdat hij tien jaar geleden overleed. In Oresteia gebruikte hij mathematisch modernisme, de expressief snikkende zang van het Japanse noh-theater en opzwepende percussie. De rituele en tegelijk constant hysterische atmosfeer sluit perfect aan bij de bovenmenselijke tragedie vol bloedwraak.

Regisseuse Caroline Petrick vond het echter te macho. Ze gaf meer ruimte aan de belangrijkste vrouwenrol, Klytaimnestra. In enkele toegevoegde scenes krijgt zij van componiste Annelies Van Parys een veel lyrischere muzikale invulling, in gevoelig Frans in plaats van plechtig Oud-Grieks.

Het feministische waagstuk pakt goed uit als Klytaimnestra zich rechtvaardigt nadat ze haar man heeft vermoord, die immers hun dochtertje had geofferd. Alsof zich even een levend mens losmaakt uit een marmeren beeld. Op andere momenten lijken de toevoegingen overbodig. Dan valt juist op hoezeer Xenakis’ wonderlijke objectiviteit óók al wist te emotioneren, op een unieke, ondoorgrondelijkere manier.

Daarbij helpt de voortreffelijke uitvoering, met onder meer de hoog falsetterende baritons Tiemo Wang en Romain Bischoff, het prima Asko Kamerkoor en slagwerker Joey Marijs, die zorgt voor opzwepende precisie.

NRC Handelsblad ( OVER LEGE WIEG / BOS BESIK )

De zangers van VOCAALLAB doen goed werk in de hoofdrollen. Vooral Jennifer van der Hart is geloofwaardig als de eigengereide Fadime: soms snijdend, maar even makkelijk zoet weeklagend boven stemmige koorzang.

Door JOCHEM VALKENBURG
Opera een speeltje van de blanke elite? Niet in Dordrecht, waar een koor van Turkse en Nederlandse amateurzangeressen meedoet in de opera Lege Wieg van de van oorsprong Koreaanse componiste Seung-Ah Oh (1969).
De opera is gebaseerd op een oud Turks volksverhaal over twee geliefden die tegen de wil van hun families trouwen, maar geen kind kunnen krijgen. Uiteindelijk schenkt een geest hun een kind, dat hij zeven jaar later weer opeist.
    Niet alleen het verhaal en een deel van de uitvoerenden is Turks, ook de muziek streeft naar een versmelting van twee werelden: Oh’s hechte muziek in modernistisch idioom wordt op gezette tijden onderbroken door Turkse volksliedjes en de traditionele klaagzang van “klaagvrouw” Nurhan Uyar.
    Die benadering bevestigt wel vooroordelen: de Turkse cultuur wordt gepresenteerd als traditioneel en onveranderlijk, terwijl het meer “westerse” deel van de voorstelling zich daar veel gedifferentieerder omheen plooit om het échte verhaal te vertellen.
    Toch wil ook die vertelling niet echt van de grond komen, deels wegens de brave, wat vrijblijvende regie, maar vooral ook te wijten aan het stroeve libretto van Anne Vegter. Wat op papier snel lijkt te gaan, kan in een opera tergend lang duren – zoals het opsommen van de zeven levensjaren van de dochter. Daarbij komt dan nog minder fraai Nederlands als “Ik geloof ik ben verliefd” en een seksscène met smakeloze beeldspraken als “liefste zuig op mijn fruit”. Dan wekt het weinig verbazing dat er geen kindertjes komen.
    Sterkste troef is de muziek van Oh, die misschien nergens echt verrast, maar wel de juiste sfeer aanbrengt. Geregeld knoopt Oh daarvoor aan bij de modaliteit van de Ottomaanse klassieke muziek. Verder beweegt ze zich genuanceerd tussen Ligeti-achtig geladen verstilling en meer aan Xenakis herinnerend tumult. Soms uit ze zich ook ongegeneerd consonant en gloedvol, met als hoogtepunt de honingzoete geboortescène.
    Romain Bischoff dirigeert het instrumentaal ensemble, dat ver achterin de zaal zit, vanaf grote afstand (zelf staat hij tussen het publiek in), maar weet desondanks veel nuance aan te brengen. De zangers van VocaalLAB doen goed werk in de hoofdrollen. Vooral Jennifer van der Hart is geloofwaardig als de eigengereide Fadime: soms snijdend, maar even makkelijk zoet weeklagend boven stemmige koorzang.
 

De Standaard ( OVER AN INDEX OF MEMORIES - Annelies Van Parys )

De jonge stemmen van VOCAALLAB maakten indruk, met een glansrol voor mezzosopraan Els Mondelaers.

Componiste Annelies Van Parys debuteert sterk in het muziektheater


De componiste Annelies Van Parys maakte een kwetsbare, intieme voorstelling die dicht op de huid zit van de toeschouwers.


De (voorlopig) enige uitvoering in België van An Index of Memories, het muziektheaterdebuut van de componiste Annelies Van Parys, was al twee weken van tevoren uitverkocht. Het geeft aan dat er met belangstelling naar dit werk werd uitgekeken. Met haar bijdrage aan de succesproductie Ruhe begon Annelies Van Parys een traject bij Transparant, waarin An Index of Memories de logische volgende stap is: een avondvullend muziektheaterwerk voor de kleinschalige bezetting van vijf zangstemmen en negen muzikanten.

In wezen is het een heel abstracte voorstelling. Van Parys vertrok van twee bestaande vocale composities op gedichten van de Oudgriekse dichteres Sappho. Ze puurde uit dat basismateriaal een groter geheel, dat de onvermijdelijke  thema’s van liefde en verlangen maar ook dat van de herinneringen uitdiept.

De gedichten van Sappho zijn enkel in fragmenten overgeleverd en die fragmentarische aanpak is in de voorstelling doorgetrokken. De componiste had zelf flarden Engels tekst toegevoegd, als een hedendaagse tegenhanger voor de beeldrijke taal van Sappho.

Mezzosopraan Els Mondelaers nam de griekse teksten voor haar rekening, bariton Arnout Lems de Engelse. Ze zijn geen personages en het geheel is geen verhaal, maar meer een verinnerlijkte mijmering, met een ritueel karakter. De nadruk kwam op die manier op de muziek te liggen. Die slaagde er zeer knap in om de dramatische lijn en de gevoelsmatige inhoud dwingend te houden.

Van Parys schuwt de grote gebaren. Alles vertrekt vanuit de zang die verdubbeld, bijgekleurd en hoe langer hoe meer weerkaatst word door de instrumenten. De twee vocale werken die zij recycleerde, zijn vooral in het begin van de voorstelling zeer aanwezig. Maar gaandeweg weeft Van Parys er een totaal andere muzikaal web mee.

Het koortje van drie vrouwenstemmen mengt zich steeds opvallender tussen de solisten. De instrumentale texturen dikken langzaam aan, wat pas helemaal aan het slot uitmondt in een hevig tutti.

Kleur en timbre hebben altijd Van Parys’ muziek getypeerd. Dat gaat hier uitstekend samen met een ingehouden, maar daarom niet minder theatrale expressiviteit. Dat de uitvoering van hoog niveau was, hielp daarbij natuurlijk. Het Spectra Ensemble en de percussionisten van Triatu bleken een toonbeeld van accuraatheid en de jonge stemmen van VocaalLAB Nederland maakten indruk, met een glansrol voor mezzosopraan Els Mondelaers.

Concertzender ( OVER EBEN GABRAAN - Rasheed Al-Bougaily )

Hoofdrol bij kameropera Eben Gabraan was weggelegd voor de zes weergaloze solisten van VocaalLAB Nederland.

Zondag 15 november 2009 - Première Eben Gabraan
Locatie: NovemberMusic Den Bosch, Verkadefabriek

[...] Gelukkig had November Music de tijden wat aangepast zodat het tripje naar de Verkadefabriek in een zondags tempo kon plaatsvinden. Daar klonk de eerste uitvoering van Rasheed Al-Bougaily’s kameropera ‘Eben Gabraan’. Hoofdrol was weggelegd voor de zes weergaloze solisten van het VocaalLAB Nederland. De oriëntaalse melodieën en onstuimige dynamische scenewisselingen waren een kolfje naar de hand van het Nieuw Ensemble en leidsman Lucas Vis. Een kernachtige, zeer filmische en bij vlagen ontroerende opera die met name in de laatste twintig minuten meer ruimte bood aan de krachtige melodische taal vol Oosterse melisma’s die Al-Bougaily bij uitstek beheerst maar niet altijd voluit durft te laten horen. [...]

Door: Mark van de Voort, Concertzender

Trouw ( OVER HALFGELEIDERS - Bruno Nelissen )

Muzikaal gesproken drijft de voorstelling vooral op de grote vocale capaciteiten van de solisten van VocaalLAB, die elkaar mooi tot ensembles aanvullen.

Halfgeleiders door tekstuele humor overeind

Kees Arntzen - Trouw, 14 november 2009

Hedendaags en flitsend is het einde van de vocale mini-opera 'Halfgeleiders' zeker: meegesleurd in een bizar soort 'flitsmeute' verdwijnen de vijf protagonisten na veertig seconden voorstelling pardoes van het toneel - weggevaagd, finaal en 'sans merci'. Alleen, die veertig seconden waarin de postbode, de schrijver, de blinde vrouw, de makelaar en de oplichtster in een kluwen van verschillende strengen het publiek een stukje van hun leven lieten zien, waren op het toneel tot mega-seconden opgerekt, zoals een in het decor geprojecteerd, tergend langzaam lopend uurwerk afdoende duidelijk maakte.

De voorstelling duurt daarmee een klein uur, en de techniek die eraan ten grondslag ligt, is die van de ‘stream of consciousness' die de Ierse schrijver James Joyce aan het begin van de vorige eeuw ontwikkelde. We lezen en horen de gedachten van de personages, die niet altijd rechtlijnig de paden van de logica volgen. Bovendien verspringen hier die gedachtenspinsels, nu eens gezongen dan weer gesproken, ook gedurig van persoon tot persoon. Voor de beschouwer aanvankelijk een chaotische, vocale kluwen waar gaandeweg meer duidelijkheid in komt.

Muzikaal gesproken drijft de voorstelling vooral op de grote vocale capaciteiten van de solisten van het VocaalLAB, die elkaar mooi tot ensembles aanvullen, hier en daar gesteund door stemmen van achter uit de zaal. Echter, niet overal is het compositorisch materiaal even interessant. Melodielijnen zijn vaak grijs en alledaags als de kostuums en het decor, dat een stukje straat met bushokje verbeeldt. Ook klinkt er net iets te vaak 'pompompom' als er vocaal begeleid moet worden, maar af en toe doet zich een verfrissende vocale opleving voor. Dan hoor je dat er ook echt een componist aan het werk is geweest: sommige plekken zitten juist verduiveld leuk in elkaar.

Het is echter vooral de tekstuele humor, die de voorstelling overeind helpt en die de aandacht bij de les houdt. Ook het nietverbale acteurswerk van Wim Bouwens, die als postbode met dwangfixaties het toneel doorkruist, wekt de glimlach op. Bariton Tiemo Wang heeft de ruigere lachers op zijn hand met zijn interpretatie van een snoevende, snuivende en op veroveringen beluste jonge makelaar. Een blinde jonge vrouw (overtuigend vormgegeven door Maria de los Angeles Marques Fernandez) geldt zijn niet aflatende aandacht. De regie van Peerke Malschaert is doordacht en om door een ringetje te halen. Heerlijk hoe de verdwaasde personages van een wouldbe auteur (Gunnar BrandtSigurdsson) en een hooggehakte, langbenige oplichtster (Jennifer van der Hart) telkens dwars door die aanzet tot een prille flirt weten te lopen.

 

Brabants Dagblad ( OVER HALFGELEIDERS - Bruno Nelissen )

Componist Nelissen laat een vaak broos maar subtiel samenspel horen tussen zangers en stemmen die vanuit speakers opduiken vanuit de zij en achterkant van de zaal.

Ook Halfgeleiders zelf moet het hebben van momenten
Theo van de Zande – Brabants Dagblad, 14 november 2009

Jong talent dat zich stort op opera, animatie toevoegt, geluidstechniek inzet en eigentijdse teksten schrijft met ruimte voor af en toe een bevrijdend lachje. Muziekprojecten als de productie Halfgeleiders, dat afgelopen donderdag in de Verkadefabriek de première beleefde, zijn alleen daarom al welkome nieuwe impulsen. Het Bossche Festival November Music zet daar vol op in. In dit geval werden de krachten nog gebundeld met andere culturele broedvijvers als VocaalLAB en Productiehuis Brabant. Gezamenlijk brachten ze drie jonge makers bijeen: componist en muzikant Bruno Nelissen, tekstschrijver en muzikant Johannes Westendorp en regisseur en acteur Peerke Malschaert. Het drietal vindt elkaar in Halfgeleiders in de fascinatie voor schijnbaar onbelangrijke, kleine momenten. We komen er dagelijks in om maar hoe vaak staan we er bij stil. In Halfgeleiders wordt de tijd vertraagd en zoemen we in op een bushokje mensen. Een verzameling hoofden boordenvol gedachten. Andermans gedachten waarin we, zonder het te weten of te merken, soms de hoofdrol blijken te spelen. Flarden van zinnen schieten vanuit een mond naar het scherm, gaan op in een stroom van animatiebeelden om daarna uit speakers achter in de zaal nog eens langzaam herkauwd te worden. Onsamenhangende gezongen monologen die vaak dwars langs elkaar heen scheren om pas op het eind elkaar voorzichtig te raken of juist heftig botsen. Westendorp legt de twee zangeressen en drie zangers soms intrigerende zinnen in de mond. Die nog een extra lading krijgen als ze in verschillende typografieën later op het scherm voorbijkomen tussen afgevuurde raketten en voobijrazende spermatozoïden. Zinnen ook die als klankmateriaal verwerkt worden tot gelispel, hysterisch gekrijs of juist monotoon gedreun. Componist Nelissen laat een vaak broos maar subtiel samenspel horen tussen zangers en stemmen die vanuit speakers opduiken vanuit de zij en achterkant van de zaal. Afzonderlijk, veelal goed uitgevoerde bouwstenen waarmee het niet gelukt is om van Halfgeleiders een muziektheaterproductie te stapelen die beklijft. Misschien is het toch niet voor niets dat we doorgaans niet al te lang stil staan bij onbelangrijke kleine momenten. De makers slagen er onvoldoende in om een handvol van die ogenblikken lading te geven en langzaam met elkaar te verknopen tot een verrassend nieuw perspectief. Verrassend is in ieder geval wel het slot waarmee het drietal een vette knipoog lijkt te geven naar het publiek. Sommige momenten mogen dan nog zo belangwekkend lijken, uiteindelijk gaan ze allemaal weer op in het rondreizend circus van alledag.
 

Süddeutsche Zeitung ( OVER COLOURFUL PENIS - Maria de Alvear )

Mal sind es drei knapp bekleidete Frauenfiguren aus der prachtvollen Holländischen Sängertruppe VocaalLAB, die sirenenachtig mit lockenden Soprantönen den Mann umgarmen […].


Trouw ( OVER DE ESSENTIE VAN REICH - Tehillim )

De VocaalLAB-zangeressen troffen hun tonen als laserstralen.


NRC Handelsblad ( OVER GAUDEAMUS MUZIEKWEEK 2008 )

...weergaloos uitgevoerd door VocaalLAB.